Hier vindt u ons uitgebreide assortiment voor binnen in huis. Potjes van verschillende materialen en kleuren, sfeer- en cadeauartikelen en natuurlijk bloemen en planten. Om de sfeer te proeven kunt u op de betreffende foto’s klikken.

We hebben een ruime keuze in vaste planten, perkplanten,bomen en struiken voor in uw tuin of in de pot. Om het helemaal af te maken hebben we een groot assortiment in sfeerartikelen om van uw terras een tweede woonkamer te maken.

Bloembollen



Algemeen
Zo gauw de winter over zijn hoogtepunt heen is, kondigen de sneeuwklokjes en krokussen de naderende lente aan. De eerste in een reeks bolgewassen die de Nederlandse tuinen in het voorseizoen kleur geven. Deze tips helpen u om nog meer plezier te hebben van uw bloembollen.

Standplaats
Al naar gelang de soort, kunt u bloembollen planten in bloembedden, borders, rotstuinen of bakken. Plant bollen die kunnen verwilderen het liefst tussen bomen of heesters, waar ze gewoon kunnen blijven staan en zichzelf vermeerderen. Hyacinten en tulpen zet u in groepjes tussen de vaste planten. In mei of juni kunt u de open plekken dan mooi beplanten met éénjarige zomerbloemen.

De grond
Bloembollen zijn tevreden met elke grondsoort, zolang die maar goed waterdoorlatend is. Maak zware grond wat luchtiger met turfmolm of zand en meng wat compost door de grond .

Planten
Bloembollen die in het voorjaar bloeien, zoals tulpen, narcissen, hyacinten en krokussen, kunt u planten van half september tot november/december. De soorten die in de zomer of het najaar bloeien, zoals dahlia’s, canna’s en lelies, gaan in het voorjaar de grond in. Bollen worden niet erg diep geplant. Een makkelijk te onthouden vuistregel: neem voor de diepte van het plantgat drie keer de dikte van de bol.

Op 't balkon
Ook als u geen tuin heeft, kunt u met bloembollen al vroeg de lente inluiden. Plant ze in de bakken waar u in mei de zomerbloeier’s in zet. Zijn bloembollen in de tuin vaak mooier in groepjes van één soort bij elkaar, op een klein balkon kan het juist zijn charme hebben om diverse soorten te mengen en zo in het voorjaar te genieten van een uitbundige kleurenpracht op de vierkante meter. Vooral de botanische soorten zijn zeer geschikt voor het balkon.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over bloembollen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Bodembedekkers



Algemeen
Bodembedekkende planten vormen een levend groen tapijt in uw tuin. Op plaatsen waar niet veel gelopen wordt, zijn ze een goed alternatief voor een gazon. En u heeft er niet veel omkijken naar, want ze geven onkruid geen kans en beschermen de grond tegen uitdrogen. Deze tips geven u een idee van de vele verschillende mogelijkheden.

Ontwerp
De eerste stap bij het planten van bodembedekkers is het maken van een ontwerp. Hoeveel grond wilt u bedekken, hoe staat het met zon en schaduw? Gaat het om moeilijke grond, waar alleen onkruid wil groeien, dan heeft u het meest aan één sterke soort, zoals bijvoorbeeld klimop. Is de aarde vruchtbaar, dan kunt u de nadruk leggen op de sierwaarde en spelen met kleur, hoogte en structuur.

Planten
Maak eerst de grond vrij van onkruid. Verbeter, indien nodig, de structuur van de grond met compost of gedroogde koemest. Plant nu de bodembedekkers in plantgaten die groot genoeg zijn voor de uitgespreide wortels en houd de aanbevolen tussenafstanden aan. Na het planten egaliseert u de grond tussen de planten met een hark en geeft u water. Het eerste jaar zal het nodig zijn regelmatig te wieden.Op het plantenetiket vindt u altijd symbooltjes die aangeven of de plant een liefhebber is van zon, schaduw of halfschaduw.

In de zon
Bodembedekkende planten die van een zonnige plek houden, zijn ondermeer phlox soorten, zoals phlox subulata en phlox douglasii, kattenkruid (nepeta), sedum en de roos ‘The Fairy’.

In de schaduw
Tot de bodembedekkers die met minder zon genoegen nemen, behoort het bekende maartse viooltje (viola odorata). De bloementjes verspreiden in het vroege voorjaar een heerlijke geur. Andere bloeiende bodembedekkers voor de (half)schaduw zijn vrouwenmantel, vinca, hedera, houttuynia en euonymus-soorten. En verder...Praat eens met uw tuinadviseur over de vele andere mogelijkheden. Want de keuze in bodembedekkers is inspirerend groot.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over bodembedekkers wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Bomen voor kleine tuinen



Algemeen
Hoe klein uw tuin ook is, een boom hoort er in thuis. Zelfs een klein boompje creëert diepte en is een blikvanger. Ook de vogels zullen u dankbaar zijn voor een plek om te rusten. In de winter kunt u er bovendien pinda's en vetbolletjes in ophangen. Met deze tips kiest u de boom op maat voor uw tuinleven.

Vormen
Vooral in een kleine tuin is de groeivorm heel belangrijk. Want juist als je weinig ruimte hebt, wil je zoveel mogelijk van dat ene mooie boompje genieten. Speciale vormen zijn leibomen, bolbomen, treurbomen en dakbomen, die een platte kroon hebben. Leibomen zoals de linde werden vroeger toegepast als natuurlijke zonwering. Ze zijn nog vaak te bewonderen tegen de gevel van oude boerderijen.

Bolbomen
Deze bomen hebben een kroon in de vorm van een bol en zijn vooral mooi als solitair. Om de kroon niet te zwaar te maken, worden bolbomen elke drie jaar teruggesnoeid.Enkele soorten: bol-acasia (Robinia umbra-culifera), trompetboom (Catalpa nana), bol-esdoorn (Acer globosum), sierappel (Malus), sierkers (Prunus cerasifera) en meidoorn (Crataegus laevigata).

Treurbomen
Met hun sierlijk hangende takken zijn deze boompjes echte blikvangers. Vooral langs de rand van een vijver doen ze het goed. Mooie treurbomen zijn de beuk (Carpinus), berk (Betula pendula), hazelaar (Corylus),sierappel (Malus Red Jade), sierkers (Prunus kiku shidare zakura), sierpeer (Pyrus salcifolia pendula), wilg (Salix capraea Klimarnock) en de erwtenstruik (Caragena Pendula of Walker).

Klein blijvende bomen
Klein blijvende bomen zijn onder andere diverse soorten Acers, krentenboompje Amelanchier), kornoelje (Cornus), meidoorn (Crataegus), vaantjesboom (Davidia), goudenregen (Laburnum), beverboom (Magnolia), glansmispel (Photinia), sierkers (Prunus), sierpeer (Pyrus) en lijsterbes (Sorbus).

Planten
Graaf altijd een ruim plantgat en zet de boom net zo diep als hij bij de kweker stond. Aan de kleur van de stam kunt u zien hoever hij in de grond moet. Zet de boom met speciaal boomband vast aan twee palen en geef hem flink water: de eerste week iedere dag .

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over bomen voor kleinere tuinen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Coniferen



Algemeen
Coniferen is een verzamelnaam voor naaldbomen en -struiken. De meeste coniferen blijven in de winter groen, slechts enkele soorten, zoals de lariks verliest zijn naalden. Omdat de coniferen zo’n grote en veelzijdige ‘familie’ vormen, kunt u ze in uw tuin op veel verschillende manieren toepassen. Deze tips brengen u alvast op een paar ideeën .

De plek
Coniferen zijn heesters en net als bij andere heestersoorten kun je een onderscheid maken tussen bomen en struiken. De plaats in de tuin is vooral afhankelijk van de volwassen omvang. Kijk daarom goed op het plantenetiket hoe groot de betreffende conifeer kan worden en vraag bij twijfel advies aan uw tuinadviseur. Zelfs veel dwergconiferen kunnen zich ontwikkelen tot behoorlijke struiken of bomen. Dat is geen probleem als u de ruimte heeft voor een mooie solitaire boom, maar in veel oudere tuinen is te zien dat de coniferen te dicht op elkaar zijn geplant, wat vaak resulteert in een onverzorgde, saaie aanblik. Coniferen zijn bovendien vrij moeilijk te verplanten, omdat de verdamping het hele jaar door blijft functioneren. Vooral bij koude wind en zonnig winterweer drogen ze snel uit.

Planten
Bij uw tuincentrum vindt u veel coniferen in een pot. Ze hebben een sterk wortelstelsel en kunnen, behalve bij vorst, het hele jaar door de grond in. - Maak een ruim plantgat en vul dit gedeeltelijk op met een mengsel van aarde, tuinturf en compost. - Haal de conifeer uit de pot. - Knip de pot indien nodig met een snoeischaar open en plant hem net zo diep als hij in de pot stond. - Druk de aarde rondom aan met uw voet. - Geef direct water en blijf vooral in het begin voldoende water geven.

Hagen
Omdat ze ‘s winters groen blijven, zijn coniferen geliefde haagstruiken.Bijzonder geschikt zijn taxus, thuja (levensboom), chamaecyparis (schijncypres) en cupressocyparis leylandii. Met een taxus is enige voorzichtigheid op zijn plaats, want sommige soorten hebben giftige bessen.

Kleur en vorm
Coniferen worden vaak gekozen vanwege hun speciale vorm of kleur. Een ceder, met zijn imponerende, brede verschijning, is een mooie solitair op een groot gazon, terwijl een slanke jeneverbes het goed doet in een border tussen andere struiken. De keuze in coniferen is zeer uitgebreid. Zo kan er gekozen worden uit soorten die veel wind kunnen verdragen, die extreem droge grond kunnen hebben, of coniferen die zeer geschikt zijn voor de rotstuin. Kortom variaties genoeg. Mits goed toegepast kunnen ze een mooi accent vormen in uw tuin.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over coniferen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Containerplanten



Algemeen
Bij uw tuincentrum staan veel vaste planten, bomen, struiken en rozen in potten. Ze worden containerplanten genoemd omdat de planten in pot gekweekt zijn en hebben een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van planten met een losse kluit. Als u deze tips opvolgt kan er bij het planten weinig meer mis gaan.

Plantperiode
Het belangrijkste voordeel van containerplanten is dat u ze het hele jaar door behalve als het vriest kunt planten. Hun wortelstelsel is zo sterk, dat ze zelfs tijdens een warme en droge periode probleemloos de grond in kunnen. Geef ze elke dag water!

Bewaren
Containerplanten hoeft u niet meteen te planten, u kunt ze gerust een tijdje in de pot laten staan. Geef ze regelmatig water, want de grond in de pot droogt gauw uit.

Het planten
Zet de planten, met pot en al, een uurtje in een emmer/bak water voordat ze geplant worden. Graaf op de uitgekozen plek een ruim plantgat. Vul het plantgat met een mengsel van tuinaarde met compost. Haal de plant uit de pot. Gaat dit lastig, dan kunt u de pot met een snoeischaar stukknippen. Zet de plant in het plantgat. Een vuistregel: zet een plant altijd net zo diep als hij in de pot stond. Druk tenslotte de aarde rond de plant met de voet aan en geef de eerste week elke dag water.

Bodemadvies
Om zeker te weten of uw tuingrond wel de goede voedingsbodem is voor uw planten, bomen en struiken, kunt u een grondanalyse laten doen. Uw tuinadviseur kan u aan de hand van de uitslag precies vertellen wat de grond nodig heeft.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer wilt weten over containerplanten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

De heidetuin



Algemeen
In een heidetuin valt het hele jaar door wel wat te beleven. Zelfs midden in de winter zijn er bloeiende heidesoorten. En als u uw heidelandschap eenmaal hebt aangeplant, is het onderhoud eenvoudig. Zeker met deze tips.

De grond
Heide gedijt het best op zure grond. De beste voorbewerking is om flink wat tuinturf door de aarde te spitten. Daarnaast werkt u gedroogde koemest door de grond, om uw heideplanten te verzekeren van de noodzakelijke voedingsstoffen.

De plantenkeuze
Twee families komen voor de heidetuin in aanmerking: struikheide (Calluna) en dopheide (Erica). Het mooiste is een heidetuin met een zo groot mogelijke variatie aan bloem- en bladkleuren, aan hoogte en groeiwijze en met een afwisseling van zomer- en winterbloeiende soorten. Vraag uw tuinadviseur gerust om u te assisteren bij uw keuze. Ook andere planten die van zure grond houden, kunnen een plekje krijgen in uw heidetuin. Denk bijvoorbeeld aan azalea’s, rododendrons en coniferen. Of bomen als den, berk en lijsterbes, die ook in de natuur in heidelandschappen groeien. Tip: plant in uw heidetuin ook wat bloembolletjes die kunnen verwilderen.

Het planten
Het aantal heidestruikjes dat u per vierkante meter nodig heeft, verschilt van soort tot soort. Ga gemiddeld uit van zeven tot negen struikjes en let erop dat u de verschillende soorten voldoende afwisselt. Plant ze zo dat de bovenkant van de kluit twee centimeter onder de oppervlakte komt te liggen, om uitdrogen van de wortels te voorkomen. Na een jaar of drie zal uw heidetuin helemaal dichtgegroeid zijn.

Onderhoud
In een volgroeide heidetuin krijgt onkruid weinig kans, dat scheelt alvast weer in het onderhoud. Heide moet elk jaar worden gesnoeid om zich te verjongen en om breed uit te groeien. De zomerbloeiende soorten snoeit u rond half maart. De planten die in winter of voorjaar bloeien, direct na de bloei. Kies hiervoor wel een dag uit dat het niet vriest. Gebruik een scherpe snoeischaar of heggenschaar en snoei de planten op een derde terug. Zorg dat de vorm een beetje bol wordt. Zit de snoeibeurt erop, dan strooit u gedroogde koemest tussen de planten. Tijdens het groeiseizoen mest u een paar keer bij met speciale heidemest. Deze mest kunt u vinden bij uw tuincentrum.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over de aanleg en het onderhoud van uw heidetuin wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Druiven



Algemeen
Druiven doen het zelfs in de kleinste tuin, want het zijn echte klimplanten die maar heel weinig grondoppervlak in beslag nemen. Het enige waar ze om vragen is een zonnige plek. Met deze tips én een muur op het zuiden, kunt u meteen aan de slag.

Planten
In ons klimaat is een kas de ideale leefomgeving voor een druif. Maar een zonnige muur, pergola of schutting is een goed alternatief. Bevestig, voor het planten, stevig draad of een solide latwerk tegen de muur, want een druivenplant vol trossen is zwaar. Bij uw tuincentrum vindt u diverse mogelijkheden om uw snelgroeiende druif steun te geven. Druiven groeien zowel in zandgrond als in klei, zolang de bodem maar niet te nat of te hard is. Spit de grond goed om en meng er een flinke hoeveelheid compost door. Zorg dat de kluit goed nat is wanneer u hem in het plantgat laat zakken en druk de grond eromheen stevig aan. Wacht nog een paar weken met opbinden, totdat de grond helemaal is ingezakt.

Bemesten
Druiven houden van een kalk- en humusrijke grond. Geef als voeding in het vroege voorjaar een flinke portie gedroogde koemest ( 2 liter per m 2). In het vruchtseizoen kunt u bijmesten met een speciale kunstmest. Uw tuinadviseur zal u hier graag over informeren.

Snoeien
Snoeien is bij druiven erg belangrijk. Niet alleen voor de vorm, maar ook voor de groeisnelheid, de opbrengst en de gezondheid van de plant. De beste tijd om te snoeien is tussen kerst en nieuwjaar. Snoei de zijtakken die vruchten hebben gedragen terug tot op twee ogen (dit zijn de verdikkingen die u op de takken ziet). Door sommige scheuten te laten zitten en in een bepaalde vorm te leiden, bepaalt u de vorm van de plant. Bij een pergola gaat het vooral om de takken bovenop de dwarsliggers, terwijl een druif tegen een muur zich ook in de breedte moet ontwikkelen. Haal in de zomer het blad voor de trossen weg; hoe meer zon de druiven krijgen, des te lekkerder de smaak.

Krenten
Wilt u mooie trossen, met dikke druiven, dan kunt u ze het beste in juli krenten. Met een fijn schaartje knipt u de kleinste vruchten af, waardoor de resterende druiven zich beter kunnen ontwikkelen.

Soorten
Om alle risico’s te vermijden, kunt u in de tuin het beste een speciale, winterharde druivensoort planten. Sterke rassen, die het in ons land goed doen, zijn onder andere de blauwe ‘Boskoop Glory’ en ‘Rembrandt’ en de witte 'Vroege van der Laan’.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over druiven wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Een bloeiende tuin in de winter



Algemeen
Uw tuin hoeft het geen dag van het jaar zonder bloemen te doen. Want er zijn heesters en planten die hartje winter bloeien en zelfs heerlijk geuren om de schaarse insecten te lokken. Met deze tips creëert u eilandjes van kleur voor de somberste winterdagen.

Standplaats
Net zoals de zomerbloeiers stellen ook winterbloeiende planten hun persoonlijke eisen aan standplaats, zon en schaduw. Een tip: zet ze als het even kan zó dat u er vanuit uw huiskamer van kunt genieten.

Winterjasmijn
De winterjasmijn (Jasminum nudiflórum) is een heester die tot 2 meter hoog kan worden. Deze sterke gevelbedekker stelt weinig eisen aan de standplaats, al kunt u hem beter niet tegen een noordmuur zetten. Regelmatig opbinden en hij verrast u van december tot maart met goudgele bloemen, die mooi afsteken tegen de kale, lichtgroene takken. Tip: snij takken die nog in de knop zitten af en zet ze in een vaas op water. Ze komen binnen tot bloei en blijven vrij lang goed.

Sneeuwbal
De Viburnum bodnatense is een winterbloeiende sneeuwbalsoort. Deze bladverliezende heester krijgt in de winter opvallende trosjes roze bloemen die een heerlijke geur verspreiden. Het is een gemakkelijke struik die in elke goed bemeste tuingrond groeit en zowel in de zon als in de halfschaduw kan staan.

Kerstroos
De kerstroos (Helleborus niger) bloeit rond Kerstmis met witte bloemen. Net zoals de andere Helleborus-soorten is het een gemakkelijke vaste plant die graag in de halfschaduw staat. Een bijzonder familielid is de Helleborus foetidus, in de spreektaal bekend als stinkend nieskruid. Hij bloeit vanaf december met sierlijke groene bloemen.

Sierkers
Ook in de uitgebreide prunusfamilie is er een soort die 's winters bloeit: de Prunus subhirtella 'Autumnalis'. Deze sierkers draagt in zachte winters, van november tot de lente, kleine roze bloemetjes. Bij uw tuincentrum vindt u hem zowel als heester als in boomvorm. In het laatste geval kan hij uitgroeien tot een boom van wel 6 meter hoog. De sierkers houdt van een plaats in de volle zon.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over winterbloeiende planten en heesters wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Fruitbomen



Algemeen
Met een paar fruitbomen in uw tuin, plukt u elk jaar de vruchten van uw werk. Bovendien zijn de speciale vormen van de verschillende fruitbomen erg decoratief en kunnen we al vroeg in het seizoen van hun bloesem genieten. Met deze tips kunt u aan de slag in uw eigen boomgaard.

De plaats
Fruitbomen zijn niet moeilijk te kweken. Ze zijn tevreden met praktisch elke grond, zolang die maar goed gedraineerd is. Wel hebben ze graag veel licht en lucht. Een open plek, waar de wind en zon vrij toegang hebben, verdient dan ook de voorkeur. Helemaal ideaal is het als deze plek ook nog eens beschermd is tegen nachtvorst in het late voorjaar, wanneer de vruchtzetting begint.

Welke soort?
Hiermee bedoelen we niet: appelen, peren of kersen? Maar: hoog, laag of midden? Fruitbomen worden namelijk op verschillende onderstammen gekweekt en de keuze van de onderstam bepaalt hoe groot de boom wordt. De ouderwetse hoogstambomen geven een overvloedige oogst, maar het duurt jaren voordat u de eerste vruchten kunt plukken. Het andere uiterste zijn de dwergboompjes of struiken, die zo’n 150 cm hoog worden en snel na het planten vrucht dragen. Vaak is een middenvorm, die in het derde of vierde jaar vruchten begint te dragen, een goede oplossing voor niet al te kleine tuinen.

Planten
Zet de boom met pot en al in een emmer water om de kluit doornat te maken. Graaf een flink plantgat en meng potgrond door de aarde. Sla een steunpaal in het plantgat aan de kant waar de meeste wind vandaan komt. Plant de boom even diep als hij in de pot stond. Vul het plantgat met een mengsel van aarde en potgrond en trap de aarde aan. Geef ruimschoots water. Bevestig de boom aan de paal. Uw tuincentrum heeft hiervoor speciaal bevestigingsmateriaal.

Snoeien
De meeste fruitbomen behoren, botanisch gezien, tot de rozenfamilie (Rosaceae). En net als rozen moet u ze regelmatig snoeien voor een gezonde groei en een goede opbrengst. Het snoeien van fruitbomen is er vooral opgericht om de meest gunstige vorm te krijgen en te behouden. Bij een vrijstaande boom moet de kroon breed uitgroeien waardoor er voldoende lucht tussen de takken komt. Uw tuinadviseur zal u graag meer vertellen over de snoeiwijze van de verschillende fruitbomen. Alvast een goede raad: snoei in de winter, maar nooit als het vriest en smeer grote wonden dicht met een speciaal wondafdichtingsmiddel.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust wat u nog meer over fruitbomen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Groenblijvende heesters



Algemeen
Groenblijvende heesters behoren tot de basiselementen van de tuin. In de zomermaanden vormen ze rustpunten te midden van de vele bloemenkleuren en in de winter brengen ze de tuin tot leven. Deze tips helpen u op weg bij de keuze en de verzorging.

Grote variatie
Groenblijvende heesters zijn er in alle soorten, afmetingen, vormen en groeiwijzen. Dat maakt het zo aardig om te kiezen en te combineren. Een paar mogelijkheden:
  • De laurierkers (Prunus laurocerasus) is een snelgroeiende struik die veel schaduw kan hebben. Zijn grote bladeren zijn glimmend lichtgroen. De laurierkers wordt ook als haag geplant en groeit uit tot een dichte en brede afscheiding.
  • Klimop (Hedera) is niet alleen een sterke klimplant, maar ook een uitstekende bodem-bedekker. Hij groeit in elke niet te droge grond en kan tegen de donkerste muren worden geplant. Naast de groene soort zijn er ook variëteiten met bontgekleurde bladeren.
  • De rododendron is een geslacht met honderden soorten. De meeste groeien meer in de breedte dan in de hoogte; de jonge struikjes moeten dan ook niet te dicht op elkaar worden geplant. Rododendrons houden van een humusrijke grond en kunnen slecht tegen felle zon en droge wind. Bij strenge vorst laten ze hun bladeren hangen om maar zo min mogelijk vocht te verdampen.
  • De buxus sempervirens is een van de bekendste groenblijvende heesters. Een snelle groeier die bovendien makkelijk in vorm te knippen is. Daarom wordt de buxus vaak voor hagen gebruikt of als decoratieve, in vorm gesnoeide potplant.
  • De wilde hulst (Ilex) is inheems in onze bossen. Voor in de tuin zijn er verschillende gecultiveerde soorten, met diverse mooie bladtinten en een overvloed aan bessen. Vooral de Japanse hulst (Ilex crenata) heeft waarde als sierplant.


Tip
Zet tegen de winter een paar groenblijvende heesters in vorstbestendige potten op het terras. Maak er een mooie compositie van en zorg dat u er vanuit uw huiskamer naar kunt kijken.

Verzorging
Bij al hun verschillen, hebben wintergroene heesters één ding gemeen: ze zijn veelal afkomstig uit vochtige berg- of kustgebieden en hebben behoefte aan vochtige grond. De belangrijkste tip om plezier te houden van uw groenblijvende heesters luidt dan ook: zorg ervoor dat de grond rond de wortels nooit te droog is.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer wilt weten over wintergroene heesters. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Hagen



Algemeen
Hagen zorgen voor scheidingen. Tussen tuin en straat, tussen u en de buren, tussen de perkjes in de kruidentuin en tussen de verschillende ‘kamers’ in de siertuin. Zo veelzijdig als hun toepassingen, zijn ook de keuzemogelijkheden. Deze tips geven u een idee van de verschillende haagplanten- en vormen.

Welke haagplanten?
Klassieke haagplanten als beuk, liguster, taxus en andere coniferen, worden nog steeds veel toegepast. Ze zijn sterk, groeien gemakkelijk uit tot een dichte afscheiding en zijn goed in vorm te snoeien. Naast deze typische haagstruiken zijn er echter nog volop andere mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld eens aan een bloeiende haag van struikrozen of forsythia, of een wilde haag van inheemse struiken, waar elk voorjaar volop zangvogels in nestelen. Een belangrijke afweging bij de keuze van uw haag is de grootte van uw tuin. In kleine tuinen moet een haag compact groeien en niet te opdringerig zijn. Bedenk ook dat forse hagen veel water en voeding aan de grond onttrekken en dat aan de voet ervan niets wil groeien. Wilt u een groenblijvende haag, dan komen, naast de verschillende coniferen, ondermeer buxus, hulst en laurierkers in aanmerking. Liguster blijft in niet te strenge winters groen, maar kan zijn blad verliezen bij aanhoudende strenge vorst. Een beukenhaag houdt zijn bruine blad vast tot in het voorjaar, als de nieuwe groene blaadjes verschijnen.

Planten
Voor een strakke haag, spant u eerst een lijn tussen twee palen. Langs deze lijn graaft u een geul van zo’n 60 cm breed en voldoende diepte, die u gedeeltelijk opvult met een mengsel van aarde en potgrond of compost. Leg nu de haagplanten uit langs de lijn, op de aanbevolen tussenafstand. Zet ze één voor één rechtop in de geul en vul deze met aarde. Schud hierbij de planten, om ervoor te zorgen dat de aarde goed tussen de wortels komt. Trap de aarde aan en geef overvloedig water. In het voorjaar, als het groeiseizoen begint, geeft u uw haag een goede bemesting.

Hoeveel planten per meter?
Hoe groter de planten die u koopt, des te minder u er per meter nodig heeft. Een algemene richtlijn: reken op 5 à 6 planten van minder dan 60 cm hoog, vier planten van 60 à 80 cm en drie planten tussen de 80 en 100 cm.

Snoeien en knippen
Wildgroeiende hagen kunt u hun gang laten gaan en alleen intomen wanneer ze te breed of te hoog worden. De meer formele hagen zult u in de zomer twee keer bij moeten knippen. De eerste keer in juni, na de eerste groei-explosie en daarna nog een keer in augustus of september. Hiervoor kunt u zowel een gewone als een elektrische heggenschaar gebruiken, zolang die maar goed scherp is.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over het planten en onderhouden van hagen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Heesters



Algemeen
Heesters zijn alle houtachtige tuinplanten die na de winter verder groeien waar ze het voor- gaande seizoen waren gebleven. Ze sterven dus niet bovengronds af, zoals de vaste planten, maar maken wintervaste scheuten die elk jaar dikker worden. Een simpelere, maar minder nauwkeurige omschrijving luidt: heesters is een ander woord voor struiken. Zonder heesters zou uw tuin elk jaar opnieuw moeten beginnen, daarom kunnen ze met recht de ruggengraat van de tuin worden genoemd. Met deze tips maakt u er ook de blikvangers van uw tuin van.

Groenblijvende heesters
Groenblijvende heesters hebben twee gezichten. In de winter brengen ze kleur in de tuin en in de zomer vormen ze juist een rustige achtergrond voor alle overdadige bloemenkleuren. De keuze is groot: tot het gezelschap van de groenblijvende heesters kunnen we de meest uiteenlopende planten rekenen, van klimop (Hedera) tot de rododendron en de laurierkers (Prunus laurocerasus). Veel groenblijvende heesters kunnen in vorm worden gesnoeid, zoals de buxus, hulst en olijfwilg. Groenblijvende heesters houden van een vochtige grond.Een tip: een paar buxusstruikjes, in bol- of piramidevorm gesnoeid en in mooie potten bij elkaar gezet, geven sfeer aan een winters balkon of terras. Informeer wel even bij uw tuinadviseur of de potten vorstbestendig zijn.

Winterbloeiende heesters
Een tip voor als u ook ‘s winters wilt genieten van kleuren in uw tuin: plant één of meer winterbloeiende heesters op een plek die u vanuit uw huiskamer goed kunt zien. Een paar suggesties:- Winterjasmijn bloeit met gele bloempjes van december tot maart. Het is een leiplant die u tegen een muur laat groeien (niet op het noorden).- De sierkers Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ wordt zowel in boom- als in struikvorm gekweekt. Hij bloeit in zachte winters van november tot de lente.- Kerstrozen (Helleborus) zijn er niet alleen voor op de vensterbank. Er zijn verschillende variëteiten, die vanaf december kleur geven aan uw tuin.- De Viburnum, of sneeuwbal, is een bladverliezende heester die ‘s winters de show steelt met dichte trossen roze bloemen. Ze verspreiden een heerlijke geur.- Ook de Viburnum Tinus (bladhoudend) bloeit in de winter met witte bloemschermen .

Snoeien
Heesters worden vooral gesnoeid om twee redenen. Ten eerste om een mooie vorm te krijgen en te houden. En ten tweede om ervoor te zorgen dat er voldoende licht en lucht tussen de takken kan komen. Een vast onderdeel van de jaarlijkse snoeibeurt is dan ook het weghalen van dood hout en elkaar kruisende takken. Om te weten wanneer we een bepaalde heester het beste kunnen snoeien, moeten we kijken naar de bloeiperiode. Voorjaarbloeiende heesters als Forsythia, Ribes, Brem en Sering, maken hun bloeiknoppen in de herfst aan en bloeien voor 21 juni. Ze worden gesnoeid als ze zijn uitgebloeid, in de zomer dus. (Na)zomerbloeiende heesters, zoals de Vlinderstruik (Buddleja davidii), maken hun bloemknoppen pas in de lente aan. U kunt ze dus zonder risico in het vroege voorjaar snoeien.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over heesters wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Klimplanten



Algemeen
Klimplanten scheppen een landelijke sfeer, bedekken lelijke muren, geven schaduw en zorgen voor natuurlijke scheidingen. Met deze tips brengt u meer leven en variatie in uw ‘verticale tuin’.

Soorten
Klimplanten kunnen worden verdeeld in echte klimmers en slingeraars. Tot de eerste soort behoren klimop, hydrangea en wingerd. Deze planten houden zich vast met hechtwortels of zuignapjes en hebben geen hulp nodig. De slingerplanten vormen een grotere groep. Bekende slingerplanten zijn ondermeer clematis, kamperfoelie en blauwe regen. Deze variëteiten klimmen met behulp van slingerende bladranken of -stelen en hebben hierbij de steun van een draadwerk of een klimrek nodig. Bij uw tuincentrum vindt u hiervoor alle benodigdheden. Daarnaast zijn er nog soorten als rozen en bramen, die in het wild hun doorns gebruiken om zich aan andere planten vast te hechten. Wilt u ze tegen een muur of klimrek laten groeien, dan zult u ze regelmatig op moeten binden.

Kies de juiste klimmer
Voordat u klimplanten koopt, is het nuttig om uw wensen op een rijtje te zetten. Zoekt u een plant voor de schaduw, dan komen soorten als kamperfoelie, klimhortensia, vuurdoorn en klimop in aanmerking. Blauwe regen, kiwi en druif hebben daar en tegen veel zon nodig. Dan hebt u een klimmer waar u elk jaar de vruchten van plukt.Als u wilt genieten van een overvloed aan prachtige bloemen, dan is de clematis een goede keus. Kijk wel even op het plantenetiket wanneer u deze bloemenweelde mag verwachten, want er zijn clematissoorten die in het voorjaar bloeien en soorten die in de zomer bloeien. Zoekt u een snelle groeier, kies dan voor een bruidssluier of een hopplant, twee soorten met een verbazingwekkende groeikracht, die het vooral in wilde tuinen goed doen.

Planten
Plant een klimplant nooit direct tegen een muur of schutting, want daar is de grond meestal erg droog en schraal. Houd een afstand aan van minimaal 30 cm. Spit de bodem goed los en meng potgrond door de aarde om de grondstructuur te verbeteren. Het klimrek of een ander systeem dat de klimplant moet ondersteunen, kunt u het beste voor het planten aanbrengen. Kies voor een solide oplossing die de plant ook bij harde wind voldoende steun biedt.

Snoeien
De verschillende soorten klimplanten vragen om verschillende snoeiwijzen, maar in het algemeen geldt:
  • Probeer de vorm die u wilt krijgen er zo vroeg mogelijk in te brengen en wees niet bang om een gezonde klimplant flink terug te snoeien.
  • Verwijder regelmatig dood en ziek hout.
  • Behoud de scheuten die het dichtst tegen de schutting of muur aangroeien.


Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over klimplanten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Perkplanten



Algemeen
Met de aanschaf van de perkplanten (éénjarige zomerbloeier’s), eind april of begin mei, begint voor veel tuinbezitters het zomerseizoen. Geraniums en afrikaantjes, salvia’s en petunia’s... we genieten de hele zomer lang van hun felle bloemkleuren. Met deze tips laat u ze zelfs nog rijker bloeien.

Waar zetten we ze?
Perkplanten vormen kleurige accenten in een tuin. Maar overdrijf niet, want ze kunnen de aandacht afleiden van de meer subtiele bloemkleuren van uw vaste planten. Maak een paar welgekozen groepjes die mooi combineren met aangrenzende planten. Bijna alle perkplanten houden van zon. Perkplanten die graag in het zonnetje staan, zijn o.a. petunia, geranium, lobelia, leeuwenbekje, verbena en salvia. Vlijtig liesje, afrikaantje, fuchsia en begonia zijn tevreden met wat meer schaduw.

Planten
Rond half mei is het risico op nachtvorst wel voorbij. Heeft u voor die tijd uw perkplanten buiten gezet, dek ze dan af als er een koude nacht wordt voorspeld. Een paar tips voor het planten in potten of balkonbakken: Er moeten altijd gaten in de bodem zitten, waardoor het overtollige water kan weglopen. Dek deze gaten af met wat potscherven of grof grind, zodat ze niet verstopt kunnen raken. Vul de potten met een goede potgrond tot twee centimeter onder de rand, want als u ze te vol maakt, spoelt de aarde bij het gieten weg. Voor een rijke bloei- geef elke dag ruim water. De grond in potten en bakken droogt snel uit en wat u teveel geeft, loopt vanzelf weg. Verwijder regelmatig de uitgebloeide bloemen, dit stimuleert de plant om nieuwe bloemknoppen te vormen. Potgrond bevat voldoende voeding voor 4 à 5 weken. Daarna zult u ze moeten bijvoeden. Als u regelmatig wat vloeibare mest door het gietwater mengt, zullen uw planten tot in het najaar uitbundig blijven bloeien.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over perkplanten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Pot of kuipplanten in het najaar



Algemeen
Met planten in potten, bakken, kuipen of manden kunt u uw terras of balkon een zuidelijke sfeer geven. Als echter de winter aanbreekt, is het met het buitenleven voor de meeste kuipplanten gedaan. De subtropische soorten moeten dan naar binnen, de andere soorten potplanten zijn winterhard of semi-winterhard. Die kunnen, met onze bescherming, buiten blijven en het winterse tuinleven opvrolijken. Met deze tips kunt u ook volgend voorjaar weer volop van uw pot- en kuipplanten genieten.

Kuipplanten
Onder kuipplanten of oranjerieplanten verstaan we soorten als oleander, abutilon, datura, fuchsia, vetplanten, bougainville en laurier. Ze horen thuis in landen met een subtropisch klimaat. Veel soorten kunnen wel een paar graden nachtvorst verdragen, maar voor de zekerheid is het beter om ze in oktober binnen te halen. Dat is dan gelijk een mooie gelegenheid om de potten schoon te maken en dode takken en dorre bladeren weg te halen. De overwinteringplek voor kuipplanten moet luchtig en niet te donker zijn. De beste overwinteringtemperatuur ligt tussen de 5 en 10 °C. Ideaal is een kas, maar u kunt zich ook goed behelpen met een vorstvrije garage of een onverwarmde zolder of slaapkamer.

Winterharde potplanten
Dwergconiferen, buxus en rozen zijn winterhard, ook als u ze in potten houdt. Toch kunnen ze bij langdurige, strenge vorst in de problemen komen. Zet ze in dat geval dicht bij elkaar en pak de potten goed in. Rozen zijn bij strenge vorst kwetsbaar op hun entplek. Bedek daarom de voet van uw klim- of struikrozen in pot met een heuveltje fijne boomschors of turf. Bij stamrozen zit de entplek boven aan de steel. U kunt hem beschermen door er een bosje stro of een lap jute omheen te binden. Tip: zet hoge planten en planten op stam op een plekje uit de wind. Dat is trouwens voor alle buitenblijvende potplanten aan te bevelen, want vooral op een zonnige vriesdag droogt de wind de planten snel uit.

Onderhoud
Maak uw potten in het najaar goed schoon, laat manden eerst goed drogen en borstel ze daarna schoon. Straks in het voorjaar gaat de aanslag er moeilijker af. Bewaar lege potten en bakken op een vorstvrije plek en let erop dat de potten die buiten blijven vorstbestendig zijn. Bij twijfel kunt u altijd uw tuinadviseur om advies vragen.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over de najaarsverzorging van uw pot- en kuipplanten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Rotsplanten



Algemeen
Een mooie rotstuin is genieten op de vierkante meter. Want op de plaats die één doorsnee tuinstruik inneemt, groeien en bloeien tientallen verschillende soorten rotsplanten. Bovendien is rots tuinieren niet moeilijk, zolang u maar rekening houdt met de afwijkende behoeften van de planten. Met deze tips bent u praktisch verzekerd van succes.

Bergbewoners
De puinhellingen van het hooggebergte vormen hun thuisland. Rotsplanten zijn gewend aan schrale, goed waterdoorlatende grond en veel zon. In de lange bergwinters worden ze door een dikke laag sneeuw beschermd tegen de ergste kou. Om het ze in ons lage landje naar de zin te maken, moeten we deze omstandigheden zo goed mogelijk nabootsen.

Een rotstuin aanleggen
Kies voor uw rotstuin een zonnige plek, het liefst op een natuurlijke helling. U kunt ook zelf een helling maken door keien en natuurstenen op te stapelen. Uw tuincentrum biedt u hierin een ruime keuze. Is de waterdoorlatendheid van de grond slecht, graaf dan eerst 30 cm weg en vul het gat voor de helft met puin, waarop u een laag met wit zand vermengde aarde aanbrengt. Nu kunt u beginnen de stenen te stapelen. Tip: gebruik liever een paar grote brokken steen dan veel kleine, dat geeft uw rotstuin een natuurlijk aanzien. Graaf de stenen gedeeltelijk in en zorg dat de mooiste kant zichtbaar is. Let erop dat er geen verse breukplekken te zien zijn, want steen verweert heel langzaam. Is uw berglandschap naar uw zin, dan kunt u de kieren tussen de stenen opvullen met aarde en de planten op hun plek zetten.

De planten
Kijk eens op uw gemak rond bij uw tuincentrum, u vindt er een grote variatie in kleur, vorm en grootte. Een paar planten die in uw rotstuin niet mogen ontbreken zijn huislook (Sempervirum), Sedum, Cerastium en Saxifraga. Daarnaast horen er natuurlijk ook een paar mooie dwergheesters en conifeertjes bij. Als u bovendien nog wat verwilderende bollen plant, heeft u van het vroege voorjaar tot de late herfst kleur in uw rotstuin.

Nog meer rotstuinideeën
Rotsen en water vormen een prachtige combinatie. Met een rotstuin aan de rand van uw vijver of met een klein vijvertje in het laagste punt van uw rotstuin, laat u twee avontuurlijke werelden op een natuurlijke manier in elkaar overgaan. Heeft u geen ruimte voor een miniatuur berglandschap, dan kunt u rotsplanten ook heel goed in een losgestapelde muur planten of in een mooie terracotta bak of natuurstenen trog op het terras.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over rotstuinen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Rozen



Algemeen
Rozen zijn niet weg te denken uit klassieke tuinen, maar met hun vele verschillende groei- wijzen en kleuren zijn ze eigenlijk in elk tuinplan toe te passen. Als klim- of leiplant doen ze het zelfs wanneer uw tuin uit niet meer dan één verwijderde trottoirtegel bestaat! Met deze tips heeft u nog meer plezier van deze ‘koningin’ van uw tuin.

Soorten
Rozen zijn er in talloze variëteiten en kleurschakeringen. Mét geur of zonder doornen, van dwergrassen tot soorten die uit kunnen groeien tot ware rozenbomen. Uw tuinadviseur zal u graag helpen bij uw keuze. Hier volgen de belangrijkste hoofdsoorten:
  • Grootbloemige rozen. Bij deze variëteit staat elke bloem op een aparte steel. Vooral geschikt voor borders. Hoogte 75- 200 cm.
  • Trosrozen hebben meerdere bloemen per steel. Ze worden vaak toegepast in perken en bereiken een hoogte van 50- 100 cm.
  • Heesterrozen zijn rozen in een struikvorm. In de tuin doen ze het goed tussen andere struiken. Ze worden 80- 150 cm hoog.
  • Miniatuurrozen bereiken een hoogte van 20- 40 cm. Ze zijn daardoor erg geschikt voor potten en bakken.
  • Klimrozen of leirozen kunnen meters hoog worden. Ze hebben daarbij wel de steun van draden of een klimrek nodig.


Planten
Rozen in een pot kunt u het hele jaar door planten, maar rozen met kluit alleen in de herfst of het voorjaar. Geef ze een zonnige plek, dan bloeien ze rijker en krijgt meeldauw minder kans. Spit de grond goed los en meng een flinke hoeveelheid compost en gedroogde koemest door de aarde in het plantgat. Let erop dat de oculatie - de plaats waar de takken ontspruiten - enkele centimeters onder de grond komt te zitten. Plant u meerdere rozen bij elkaar, houd dan een onderlinge afstand aan van 40- 50 cm.Tip: plant een klimroos niet te dicht bij een muur of schutting, daar is de grond vaak te droog. Houd een afstand van 35 cm aan.

Bemesten
Rozen hebben veel voedsel nodig en gedijen het beste in kalkrijke grond. Geef ze in de zomer 1 of 2 keer een dosis speciale rozenmest voor een rijke bloei.

Snoeien
De belangrijkste wetenswaardigheden over het snoeien van rozen vindt u in een aparte Tuintip.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over rozen wilt weten. Ze helpen graag met handige tips en goede raad.

Vaste planten



Algemeen
Vaste planten zijn er in alle soorten, kleuren en maten. Wat ze gemeen hebben, is hun groeicyclus. Ze komen in het voorjaar op, groeien en bloeien, en sterven in het najaar boven de grond af. Het leven trekt zich terug in de wortels, in afwachting van de volgende lente. Omdat vaste planten elk jaar op dezelfde plek verschijnen, vormen ze de basis van een tuin. Met deze tips geeft u ze een hoofdrol.

Combineren
Vaste planten komen het beste tot hun recht in groepen. Drie stuks bij elkaar is wel het minimum. Zo’n groepje combineert u met groepjes van andere soorten. Als u het zo uitkient dat de bloeiperioden elkaar opvolgen, heeft u het hele seizoen kleur in de tuin. Let er wel op dat sommige vaste planten meer zon nodig hebben dan andere. Op het plantenetiket staat een symbool dat het gewenste aantal zonuren aangeeft.

Borders
In de meeste tuinen zijn de borders hét domein van de vaste planten. Omdat u gewoonlijk slechts van één kant tegen een border aankijkt, bouwt u ze op in de hoogte. Vooraan komen de lage soorten (tot 40 cm), dan de middelgrote planten (tot 1 meter) en achteraan de soorten die hoger worden dan 1 meter. Wordt een plant te groot voor zijn plekje, dan kunt u hem in het voor- of najaar met kluit en al uitsteken en verplanten.Een mooie border biedt een harmonie aan kleuren en vormen. Ook de verschillende bladvormen nodigen uit tot creatieve combinaties. Vaste planten laten zich makkelijk ‘scheuren’. Wanneer vaste planten te groot worden, kunnen ze ‘gescheurd’ worden. Steek ze met een scherpe spade in stukken of wanneer de grond droog is, de kluit uit elkaar trekken.

Zomer en winter
Als vaste planten volop in bloei staan, zijn sommige gevoelig voor harde wind. In uw tuincentrum vindt u speciale steunen en ringen om ze op te binden. Wacht hier niet te lang mee.De uitgebloeide planten hoeft u in het najaar niet af te knippen. De grillige bloemvormen zijn ook in de winter mooi. Vooral als ze bedekt zijn met een laagje sneeuw of rijp.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over vaste planten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Verzorging van kruiden



Algemeen
Tuinkruiden zijn gemakkelijk te kweken. Veel ervan zijn vaste planten, die zich sterk vermeerderen. Met een kruidentuin, eventueel afgezet door haagjes van buxus of lavendel, creëert u een heel speciaal plekje in uw tuin. Een plekje dat de aandacht blijft trekken met zijn subtiele bloementjes en heerlijke geuren. Deze tips helpen u op weg.

De plaats
De meeste kruiden houden van zon en hebben een hekel aan teveel water. Kies voor uw tuin- kruiden een standplaats met een goede afwatering en werk de grond flink los. Zware kleigrond kunt u het beste een winter omgespit laten liggen. Dan kan de vorst de grote kluiten afbreken. Verbeter de grond van uw kruidentuin voor het planten met organische mest en compost. Gebruikt u regelmatig kruiden bij het koken, dan is een plekje niet ver van de keukendeur natuurlijk erg handig. Over het gebruik van kruiden in huis is een aparte tip verschenen.

Onderhoud
Ruim de kruidentuin elk jaar op om te voorkomen dat de sterk groeiende soorten de overhand krijgen. Woekerende kruiden als bijvoorbeeld munt, citroenmelisse of lievevrouwebedstro kunt u in een ingegraven pot of in een bak planten om de wortels in toom te houden. Zorg wel voor afvoergaten in de bodem. Snoei dode of lelijke scheuten vlak boven de grond af en knip ook al te hard groeiende houtige takken terug. Plant eens in de drie à vier jaar alle kruiden opnieuw aan met jonge plantjes.

Zon en schaduw
Kruiden hebben speciale wensen en ze zullen het beter doen als u hier rekening mee houdt. Tijm, lavendel, bonenkruid en rozemarijn houden van een zonnige, droge plek. Lavas, koriander, smeerwortel, engelwortel, knoflook en tuinkers hebben graag wat meer vocht. Kruiden die meer schaduw op prijs stellen zijn onder andere peterselie, lievevrouwebedstro en over het algemeen de soorten met lichte of goudkleurige vlekken op de bladeren. Het plantenetiket geeft u meer informatie over de beste standplaats.

Kruiden in potten
Ook als u een balkon of terras heeft, kunt u een kruidentuintje aanleggen. Zet een paar potten of bakken in een groepje en zorg voor een mooie compositie van verschillende bossige, hoogopgroeiende en hangende kruiden. Kruiden in potten moet u vaker water geven, ook de soorten die in de volle grond met een droog milieu genoegen nemen. Tip: in een bak, die u buiten uw keukenraam hangt, kunt u de meest gebruikte, kleinblijvende keukenkruiden kweken, zoals peterselie, bieslook, tijm en basilicum.

Vermeerderen
Houtachtige tuinkruiden, bijvoorbeeld lavendel, kunt u vermeerderen door zogenaamde hielstekjes. Scheur jonge zijscheuten van de oudertak af waarbij er een dun plakje van de tak meekomt. Snijd de punt van dit ’hieltje’ af, doop het stekje in een groeimiddel en plant het in een bak. Veel tuinkruiden kunt u ook in het vroege voorjaar eenvoudig uitgraven en scheuren.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over tuinkruiden wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Winterharde varens



Algemeen
De meeste varensoorten zijn (sub)tropisch en kunnen in ons land alleen maar als kamerplant worden gehouden. Maar er zijn ook varens die de Nederlandse winters zonder probleem overleven. Een aantal is inheems en komt van nature in onze bossen voor.

Bijzondere voortplanting
Het grote verschil tussen varens en de meeste andere planten is de wijze van voortplanting. In plaats van zaad ontwikkelen varens aan de onderkant van de vruchtbare bladeren sporen. Dit zijn als het ware plantjes in aanleg. De sporen vallen op de grond als ze rijp zijn. Uit de versmelting van sporen groeien de nieuwe varentjes.

Standplaats
Varens houden van vocht en van schaduw. Daarom doen ze het zo goed in smalle, omsloten stadstuinen. Maar in iedere tuin is wel een plekje te vinden dat te donker is voor bloeiende zomerplanten. Met een mooie combinatie van winterharde varens wordt dat een oase van rust en koelte. Waar varens het naar hun zin hebben, groeien ze uit tot goede bodembedekkers. Let er wel op dat sommige soorten erg kunnen woekeren.

Combineren
Varens combineren, zonder opdringerig te zijn, mooi met andere schaduwminnende planten. Maar u kunt hun sierlijke veerbladeren ook gebruiken om bijvoorbeeld een verweerde en bemoste tuindecoratie te omgeven. Door tuinelementen als beelden, vazen of drinkbakjes half te verhullen, creëert u romantische doorkijkjes.

Koningsvaren
De koningsvaren is inheems in Nederland. Op vochtige plekken kan hij uitgroeien tot een reus van 2 meter hoog.

Wijfjesvaren
De bekendste varensoort. Hij kan een hoogte bereiken van zo'n 75 centimeter.

Mannetjesvaren
Wordt evenals de wijfjesvaren ongeveer 75 centimeter hoog, maar heeft veel langere bladeren. Deze varen is een echte woekeraar, wat hem geschikt maakt als bodembedekker voor grotere stukken schaduwgrond.

Eikvaren
Een varen die genoegen neemt met schrale, zandige grond. Hij dankt zijn naam aan het feit dat hij zelfs aan de voet van een eikenboom groeit.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer wilt weten over winterharde varens. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Zomerbollen



Algemeen
Bij bloembollen denken we aan voorjaars-bloeiers als krokussen, narcissen en tulpen. Maar ook voor de zomer is er een flinke keus aan bloembollen. Deze gaan in mei de grond in. Met deze tips kunt u in de zomer en nazomer volop genieten van hun uitbundige bloemen.

Soorten
De bekendste zomerbollen zijn de dahlia's. U vindt ze bij uw tuincentrum in vele soorten en kleuren. Er zijn dahlia's die ruim een meter hoog worden, maar ook mignondahlia's, een kleine soort die tot laat in de herfst bloeit. Vergeet niet de uitgebloeide bloemen te verwijderen. Andere bekende en minder bekende zomerbollen zijn gladiolen, Zantedeschia (Calla), Eucomis (ananasplant), Oxalis (geluksklaver), begonia's, lelies, Ornithogalum (vogelmelk) en anemoon.

Planten
Plant de zomerbollen pas na half mei, als de kans op nachtvorst voorbij is. Alleen gladiolen en lelies kunt u eerder planten, die zijn namelijk minder vorstgevoelig. Plant de bollen twee keer zo diep als ze hoog zijn. Dit geldt niet voor dahlia's, die zo moeten worden geplant dat een klein stukje van hun oude stengel net boven de grond uitsteekt.

Plaats
Zomerbollen laten zich uitstekend combineren met vaste planten en eenjarige zomerbloeiers. Zomerbollen voelen zich overal thuis, ook in voedingsarme grond omdat ze in de bol 'reservevoedsel' hebben. Juist als de meeste planten uitgebloeid raken, zijn de bloemen van de zomerbollen op hun mooist. Hier kunt u rekening mee houden bij het uitkiezen van de plaats in uw borders en perken. Geef ze bij voorkeur een zonnige plek, want hoe meer zon, hoe rijker ze zullen bloeien. Tip: zomerbollen zijn ook heel geschikt voor in potten. Zorgt u wel voor een goede afwatering door wat kiezel of potscherven op de bodem te leggen.

Overhouden
Na de bloei haalt u de bollen uit de grond. Bewaar ze koel en vorstvrij en zorg dat ze niet uitdrogen. Dit doet u door ze in een kistje met turfstrooisel of zand te leggen. Geen water geven, want dan kunnen de bollen gaan rotten.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over zomerbollen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Bloembollen voor binnen



Algemeen
Voor alle mensen die de winter te slim af willen zijn en het voorjaar in huis willen halen, zijn er bloeiende bloembollen-op-pot. Narcissen, tulpen, crocussen, hyacinten en blauwe druifjes zijn de ideale oplossing voor vroegtijdige lentekriebels. Niet alleen zorgen ze voor veel kleur maar ook voor een heerlijke geur. Naast de ‘bekende’ bollen op pot zijn er andere bolgewassen die op pot worden aangeboden, zoals sneeuwklokjes, kievietseitjes en winteraconiet.

Verzorging
De gekochte bollen-op-pot kunt u het beste bij thuiskomst zo snel mogelijk uit de verpakking halen. Ze hebben behoefte aan voldoende water, dus kunt u het beste tweemaal per week controleren of de potgrond vochtig genoeg is. Verder is het belangrijk dat u de bollen-op-pot op een koele en lichte standplaats zet. Zo heeft u lang plezier van uw aankoop .

Presentatie
Een aantal manieren om de bollen te presenteren:
  • in een windlicht. Vul een windlicht met schelpenzand en plaats de bollen hierin. Tussen het zand en het glas kunt u schelpen steken zodat er een mooie rand ontstaat. Op het schelpenzand kunt u stenen, veren of schelpen leggen.
  • in een pot of vaas. Vul de pot of vaas tot aan de rand met potgrond. Zet de bollen in de aarde. Leg tenslotte wat tillandsia of spagnum op de aarde voor een sierlijk effect. Extra grappig is om twee precies dezelfde vazen naast elkaar te zetten met twee verschillende soorten bolletjes in dezelfde kleur.
  • in een mand. Vul de mand met potgrond en plaats de bollen hierin. Het leukste effect krijgt u als u er verschillende bollen in doet. De hoogste (bijv. narcissen) achteraan en de kleinere soorten vooraan.
  • op een glazen schaal. Ontdoe de bollen van het zand. Bind een aantal bollen (stelen) bij elkaar en leg ze op een glazen schaal.


Combinatie met kamerplanten
Bollen-op-pot zijn goed te combineren met andere kamerplanten. Vooral hedera, slaapkamergeluk en andere ‘makkelijke’ kamerplanten lenen zich voor samenstellingen met bollen. Ook bloeiende kamerplanten kunt u combineren met bollen-op-pot. Denkt u eens aan een combinatie met een roze azalea en blauwe hyacinten. Of een combinatie van hedera en primula’s.

Bollen-op-pot voor buiten
Bollen-op-pot zijn ook geschikt voor mensen die in de herfst vergeten zijn bloembollen in de tuin of in bakken of potten te planten. U kunt deze bollen zo uit het plastic potje halen en in de aarde planten. Natuurlijk moet u er wel op letten dat de grond niet meer bevroren is. Een andere mogelijkheid is om een hanging basket te vullen met mos, potgrond en bollen. Dit kunt u prima buiten voor het raam hangen.

Bonsai



Algemeen, Wat is bonsai?
Bonsai is de kunst om een boom klein te houden. Een bonsai moet een “kleine grote” boom zijn, die er in zijn pot natuurlijk, oud en verweerd uitziet. Letterlijk stamt het woord van het Chinese “Pensai”, wat betekent: In schaal geplant. Bonsai is dus een kunstvorm en de klein gehouden boom (of bomen) zelf. De kamerbonsai is een plant voor binnen, in tegenstelling tot de bonsai die zijn oorsprong vindt in een gematigd klimaat waar zomer en winter aanwezig zijn en dus buiten gekweekt wordt. De bonsai’s voor binnen moeten dus afkomstig zijn uit een klimaat dat ongeveer gelijk is aan de omstandigheden binnen (constante temperatuur). Daardoor komen voor in huis alleen subtropische soorten in aanmerking. Om de kamerbonsai volledig tot zijn recht te laten komen, moeten we het deze unieke schoonheid naar de zin maken en dus de volgende punten in acht nemen:

Licht
Iedere plant reageert altijd op de hoeveelheid licht die hij ontvangt. Het is dus nodig om voortdurend te letten op symptomen die aangeven of de boom te weinig licht krijgt. Bij te weinig licht worden de blaadjes kleiner en bleker. Hoe meer licht een bonsai krijgt, hoe beter de conditie van de plant zal zijn. Daarom is het van belang om hem zo dicht mogelijk bij het raam te zetten en alleen bij zeer felle zon iets te schermen. Wanneer de plant lange tijd op een te donker plaats staat, zal hij dit niet overleven.

Water
Controleer uw bonsai dagelijks en laat de grond nooit uitdrogen, maar houdt de grond vochtig. Omdat de boom in een relatief kleine pot staat, zal dikwijls water moeten worden gegeven. Het gebruik van regenwater is het beste. Leidingwater is vaak te hard en is gechloreerd. Bij gebruik van leidingwater doet u er goed aan dit een dag van te voren te tappen, zodat het chloorgas kan ontsnappen.

Temperatuur
In onze kamers zijn de hoeveelheid lucht en luchtvochtigheid veel geringer dan in de tropen. Daarom heeft onze bonsai ook veel minder warmte nodig. De meeste bomen voelen zich hier goed bij een temperatuur tussen 13 en 24 graden Celsius. Wel willen de meeste bomen in de winter een lagere temperatuur dan in de zomer.

Lucht
Hoe hoger de temperatuur in de kamer, des te lager zal de relatieve luchtvochtigheid zijn. Dit wordt gecompenseerd door regelmatig sproeien met lauw, gekookt water. Als het kan minstens twee maal per dag. Door het sproeien blijft het blad tevens vrij van stof.

Bemesting
Alle planten hebben voldoende stikstof (N), fosfaat (P), kalium (K) en sporenelementen nodig. Pokon bonsaimest beat deze elementen en het is belangrijk in het groeiseizoen eenmaal per 14 dagen te mesten. In de winterperiode moet u deze bemesting staken.

Verpotten
Verpot de planten in ieder geval een maal per twee jaar in het voorjaar, in maart of april dus. U kunt dan tegelijkertijd lichte wortelsnoei toepassen. Een geschikte potgrond is Asef Bonsaigrond. Deze potgrond bevat de originele Japanse “Akadama” klei. Behalve het kopen van een bonsai kunnen de echte liefhebbers natuurlijk ook zelf bonsai kweken. Indien u over het zelf kweken meer informatie wilt, wendt u dan schriftelijk tot: Nederlandse Bonsai Vereniging, Rembrandlaan 20 t.a.v. dhr. Otto Werner

Cactussen en vetplanten



Algemeen
Cactussen en vetplanten zijn nauwe familie van elkaar. Het verschil is dat alleen cactussen de kenmerkende knobbeltjes hebben waarop de naalden zijn ingeplant. Een verzamelnaam voor cactussen en vetplanten is 'succulenten'. Een naam die aangeeft dat deze planten grote hoeveelheden water kunnen opslaan. Cactussen en vetplanten danken hun populariteit aan hun bijzondere, vaak grillige vorm en aan de opvallende bloemen. Met deze tips komt u tegemoet aan de speciale eisen die deze prachtige planten stellen.

Plaats
Succulenten houden van zon, warmte en droogte. Niet verwonderlijk, gezien hun natuurlijke leefmilieu in de woestijn. Veel soorten doen het goed op een zonnig plekje op de vensterbank. Er zijn echter ook succulenten die u beter tegen directe zonnestraling kunt beschermen. Uw tuinadviseur zal u hierbij graag van advies dienen. Tip: het is niet verstandig een cactus te draaien. De kant die niet aan de zonnestraling gewend is kan verbranden en bovendien kost het de plant veel energie om zich weer naar de zon te richten, wat ten koste gaat van de groei.

Water geven
Wees altijd spaarzaam met water en volg zoveel mogelijk de natuurlijke situatie in de woestijn na. Dat betekent dat u ze beter eens in de zoveel tijd een flinke scheut kunt geven dan elke dag een beetje. De planten slaan het water op en regelen zelf hoeveel ze gebruiken. De meeste succulenten kunnen slecht tegen hard water. Regenwater is uitstekend.

Voeding
Cactussen en vetplanten stellen hun eigen eisen aan de voedingsbodem. Daarom vindt u bij uw tuincentrum speciale potgrond voor succulenten en speciale cactusmest. Bemest de planten alleen tijdens het groeiseizoen en nooit als ze in rust zijn. Op de verpakking vindt u alle noodzakelijke aanwijzingen.

Overwinteren
Een jaarlijkse rustperiode is voor succulenten van groot belang. Een koele overwintering is een voorwaarde voor een goede bloei. Zet uw cactussen en vetplanten daarom, na de groeiperiode, op een koele, droge en lichte plaats, bijvoorbeeld in een niet-verwarmde kamer. Ze mogen absoluut niet in het donker staan. Tijdens de wintermaanden geeft u bijna helemaal geen water.

Verpotten
Zo gauw de omgevingstemperatuur stijgt, beginnen de planten aan een nieuwe groeiperiode. Als u ze, na de winterrust, weer in uw huiskamer haalt, geef ze hier dan de ruimte voor. Zet ze in een iets ruimere pot, maar plant ze beslist niet dieper. Gebruik alleen speciale cactuspotgrond en geef, na het verpotten, voor één keer flink water.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over cactussen en vetplanten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Kamerplanten



Algemeen
Zo gewoon als kamerplanten in de Nederlandse huiskamers ook zijn... het zijn allemaal uitheemse soorten. Dat betekent dat we eigenlijk voor elke plant zijn eigen milieu zouden moeten nabootsen. Dat wordt een beetje moeilijk als een ficus in een tropisch regenwoud thuishoort en een yucca in de woestijn. Maar als u deze tips ter harte neemt, zullen ze zich best thuis voelen.

De beste plek
Kamerplanten houden van licht. Soorten met gekleurd blad nog meer dan groene planten. Een plek bij het raam is het beste. Ideaal is een raam op het oosten of westen, zodat ze niet in de felle middagzon staan.

De grond
Verpot uw kamerplanten elk jaar en neem hiervoor altijd een goede potgrond.Bij uw tuincentrum vindt u diverse soorten potgrond, een goede voedingsbodem is onontbeerlijk voor de groei en bloei van uw kamerplanten. Daarnaast zijn er speciale mengsels voor bijvoorbeeld cactussen, orchidee‘n en varens. Verpot kamerplanten in het vroege voorjaar, als het groeiseizoen nog niet begonnen is.

Water
Sommige kamerplanten hebben veel water nodig. Andere, zoals cactussen en vetplanten, kunnen met heel weinig water toe. Als de bladeren en stengels slap gaan hangen, is dat meestal een teken van watergebrek. Voor het overige is het een kwestie van goed naar uw planten kijken, dan leert u hun speciale wensen vanzelf kennen. Regelmatig sproeien met de plantensproeier wordt door bijna alle planten op prijs gesteld, vooral wanneer de centrale verwarming aan staat. Geef uw planten altijd water op kamertemperatuur en houd bij twijfel de regel aan: beter te weinig water dan teveel.

Voeding
De meeste planten hebben tijdens het groeiseizoen extra voeding nodig. Bij uw tuincentrum vindt u zowel universele kamerplantenvoeding als speciale meststoffen voor verschillende plantenfamilies.

Vakantietip
Onze vakantietijd is voor kamerplanten het groeiseizoen. Juist dan hebben ze veel water nodig. Gaat u een paar weken weg en heeft u geen plantenoppas, zet dan al uw kamerplanten bij elkaar in een koele ruimte. De badkamer is ideaal. Door de planten dicht bij elkaar te zetten, maakt u een soort minioerwoud, met een hoge luchtvochtigheid, waardoor verdamping wordt tegengegaan. Maak, voor u vertrekt, de kluiten doornat en zet eventueel een paar volle emmers tussen de planten.

Kamerplanten buiten
Met uw kamerplanten geeft u uw terras of balkon in de zomer een exotisch tintje. Niet alle kamerplanten zijn hiervoor geschikt, maar de Abutilon, Hybiscus, Kamerjasmijn, Passiebloem en alle vetplanten voelen zich uitstekend thuis op een beschut plekje in de tuin of op het terras.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over de keuze en de verzorging van kamerplanten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Kerststerren



Algemeen
De populaire kerstster behoort tot de wolfsmelkachtigen en is verre familie van de cactus. De officiële naam (Euphórbia pulchérrima) is volgens de overlevering afkomstig van Euphorbos, de lijfarts van koning Juba II van Numidië. Die ontdekte de geneeskrachtige werking van planten uit het wolfsmelkgeslacht.

Verzorging
De kerstster is inheems in de vochtige bergstreken van Mexico en Midden-Amerika. In onze kille Hollandse winter heeft hij dan ook speciale verzorging nodig. De temperatuur moet minimaal 15 °C zijn. De kerstster houdt van een lichte standplaats, maar verdraagt tijdens de bloei geen direct zonlicht. Zorg voor voldoende vocht. De droge lucht van de centrale verwarming is vaak de oorzaak van voortijdig bladverlies. Geef uw kerstster regelmatig lauwwarm water en één keer per week een beetje kamerplantenvoeding.

Variëteiten
De bloemen van de kerstster zijn vrij onopvallend. Zijn populariteit dankt hij aan zijn gekleurde schutbladeren. Naast de bekende rode en witte variëteiten zijn er tegenwoordig ook kerststerren met geel, crème en roze schutblad. Ook qua vorm heeft u de keuze. Zo vindt u bij uw tuincentrum kerststerren op stam en mini-kerststerretjes, die u bijvoorbeeld in kerststukjes kunt verwerken.

Kerstarrangementen
Een kerstster kan heel goed het kleurige middelpunt vormen van een zelfgemaakt kerststukje. Er zijn twee dingen waar u op moet letten. Neem een bakje of mandje dat niet lekt, want u zult uw kerststukje water moeten blijven geven. En wees voorzichtig dat u de wortels niet beschadigt.

Overhouden
De kerstster is een zgn. kortedagplant. Hij krijgt méér gekleurde bladeren en bloemknopjes naarmate de dagen korter worden. Uiteindelijk zullen de schutbladeren groen kleuren of afvallen. Als dat gebeurt, kunt u de scheuten tot de helft terugsnoeien en de plant iets koeler zetten 12 - 15 °C). In de zomer kan hij naar buiten, maar haalt u hem half september weer binnen. Om hem weer in bloei te krijgen, mag hij nu twee maanden lang maar 10 uur licht per dag hebben. De overige 14 uur moet de plant volkomen in het donker staan.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over kerststerren en kerststukjes wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Orchideeën



Algemeen
Orchideeën groeien over de hele wereld. Ook in ons land zijn er verschillende soorten in het wild te vinden. Maar dat zijn maar bescheiden plantjes vergeleken bij de talloze prachtige tropische soorten. Een aantal van deze soorten doet het goed als kamerplant. Als u tenminste een aantal regels in acht neemt. Deze tips helpen u hierbij.

De grond
De wortels van orchideeën hebben veel lucht nodig. Niet verwonderlijk als je weet dat ze in de natuur niet in de grond groeien, maar in bomen. Gewone potgrond is daarom niet geschikt. Bij uw tuincentrum vindt u speciale orchidee‘n grond die veel boomschors bevat. Een andere geschikte manier om orchidee‘n te kweken, is in hydrocultuur. De gebakken keikorreltjes vormen een luchtige basis waarin de wortels zich goed kunnen ontwikkelen.

De plaats
Orchideeën hebben als kamerplant het liefst een lichte maar niet te zonnig plekje. Een raam op het oosten is ideaal. Een tip: maak van zo’n raam een echte orchideeëntuin en zet meerdere potten dicht bij elkaar. Dat staat niet alleen mooi, het zorgt ook voor een speciaal microklimaat waarin de planten zich uitstekend thuis zullen voelen.

Voeding
Orchideeën hoeft u alleen te bemesten als ze bloeien. Gebruik nooit gewone kamerplanten- mest, want die is veel te sterk. Om de twee weken wat speciale orchideeën mest door het gietwater mengen, geeft het beste resultaat.

Water
Orchideeën zijn erg kritisch op het gietwater. Kalkrijk water is uit den boze. Gebruik bij voorkeur regenwater of onthard het drinkwater door het te koken en af te laten koelen. Geef altijd water op kamertemperatuur. Tip: als u in de buitenpot een omgekeerd schoteltje legt, waaromheen altijd een laagje water staat, profiteert de orchidee doorlopend van de verdamping.

Verpotten
Om de twee of drie jaar moeten orchideeën worden verpot. De beste tijd is het voorjaar. Snijd dode en rotte wortels weg en zet de plant in een pot die iets groter is dan de oude. Leg op de bodem een laagje potscherven en vul hem op met orchidee‘n aarde.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over orchideeën wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Tuingereedschap



Algemeen
Het duurste tuingereedschap hoeft niet persé het beste tuingereedschap te zijn. Het gaat om het gebruik. De zwaarste professionele kwaliteit is niet altijd noodzakelijk. Bij uw tuincentrum vindt u alle soorten tuingereedschap in diverse uitvoeringen en prijsklassen. Deze tips helpen u bij de juiste keuze.

De basisset
Deze gereedschappen heeft u in ieder geval nodig: - spade - drietandkrabber - schoffel - hark - greep - snoeischaar - plantschepje - takkenschaar

Spade
Probeer verschillende steellengten uit voordat u beslist. Koop bij voorkeur een spade die past bij uw lengte.

Drietandkrabber
Dit veelzijdige gereedschap heeft drie haken die u door de grond trekt. Ideaal om de aarde los te woelen en om tussen de planten door te werken.

Schoffel
Handig om in lichte grond het onkruid onder de oppervlakte af te snijden. Voor zware kleigrond is een hak prettiger.

Hark
Voor het egaliseren van aarde en grind en om losgeschoffeld onkruid bijeen te harken.

Greep
Een greep of spitriek is een stevige, viertandige vork, waarmee u zware grond kunt spitten, de composthoop omzetten en tal van andere zware klussen kunt uitvoeren.

Snoeischaar
Kies een sterke snoeischaar met roestvrijstalen messen. Bij uw tuincentrum vindt u ook speciale snoeischaren voor linkshandige.

Plantschepje
Er zijn verschillende breedtematen. De smalle wordt gebruikt voor het poten van bollen, de brede voor het planten van b.v. perkplanten.

Takkenschaar
Door de hefboomfunctie van de lange stelen kunt u ook de dikkere takken gemakkelijk doorknippen.

Gazonmaaiers
In bijna geen enkel tuingereedschap is de keuze zo groot als in grasmaaiers.Daarom zetten we hier de verschillende typen en hun toepassingen op een rijtje.

Handmaaiers
Uitsluitend geschikt voor kleine gazons en smalle randen. Ze werken alleen goed als het gras droog is.

Kooimaaiers
Geven de mooiste grasmat, maar zijn alleen geschikt voor vlakke gazons zonder steentjes, takjes e.d.

Cirkelmaaiers
Sterke maaiers voor algemeen gebruik.

Luchtkussenmaaiers
Ideaal voor gazons met talud.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over de aanschaf en het gebruik van tuingereedschap wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Najaarsonderhoud vijver

ls in het najaar de temperatuur gaat dalen en bladeren verkleuren, gaat ook onze vijver langzaam maar zeker in winterrust. Om ervoor te zorgen dat we in de lente weer zonder problemen van de vijver kunnen genieten, moeten we in het najaar wat tijd vrijmaken voor enig najaarsonderhoud.

Herfstblad in de vijver:
Voorkom zoveel mogelijk dat er bladeren van bomen en struiken in de vijver belanden. De bladeren gaan rotten in het water en verbruiken hierbij zuurstof die onze vissen zo nodig hebben. Ook komen er bij dit rottingsproces biogassen vrij die giftig zijn voor de vissen. Vissterfte is dan het gevolg. Een goed bladeren-afdeknet voorkomt deze problemen. Zorg er wel voor dat dit net door het gewicht van de (vaak natte) bladeren niet in het water gaat doorhangen. Een eenvoudige boogconstructie van pvc-buizen met het net daaroverheen gespannen is een goede oplossing. Niet gesnoeide moerasplanten kunnen zo ook ongehinderd blijven staan.

Waterplanten:
De waterplanten worden teruggesnoeid tot ongeveer 5cm boven de waterspiegel, niet verder! Dit om inrotten van de knol of wortelstokken te voorkomen. Het blad en de stengels die nu zo blijven zitten, worden pas in het voorjaar verwijderd.

Zuurstofplanten:
De onderwaterplanten moeten u naar boven halen om de oude, afstervende delen er af te halen. De groene scheuten mag u teruggooien. Uiteraard laten we de groenblijvende waterplanten staan (bv. waterviolier).

Moerasplanten:
De moerasplanten kunnen tot aan de uitlopers worden gesnoeid. Dit kan natuurlijk ook pas in het voorjaar gebeuren. Sommige moerasplanten hebben nl. een aardig wintersilhouet, als ze bv. berijpt of besneeuwd zijn.

Waterlelies:
Van de waterlelies en de andere planten met drijfbladeren moet u alleen de al afgestorven en rottende bladeren verwijderen, die al bijna vanzelf loslaten. U moet nooit van een nog vrij jonge waterlelie het blad met steel losrukken. Dit kan er voor zorgen dat er via de holle steel water bij de wortelstok komt waardoor de knol kan wegrotten. Een ‘oudere’ waterlelie kan wat minder voorzichtig behandeld worden. Vijvertangen en vijverscharen zijn hierbij een handig gereedschap. De miniwaterlelies moeten in een dieper gedeelte van de vijver gezet worden om te voorkomen dat de lelieknol bevriest. In het voorjaar kunnen ze weer terug op hun oude plekje.

Het technische gedeelte
Het is erg belangrijk om gedurende de winter een gedeelte van de vijver ijsvrij te houden. Dit zorgt voor een goede uitwisseling van zuurstof en biogassen. Dit kan bv. met behulp van een ijsvrijhouder, die door isolatie een klein gedeelte van het water open houdt. Nog beter is het gebruik van een zogenaamd luchtpompje. Door continue een stroom luchtbelletjes via een slang en een luchtsteen in de vijver te brengen, kan de vijver op deze plaats niet dichtvriezen. Hetzelfde luchtpompje kan ook in de zomer gebruikt worden om extra zuurstof in de vijver te brengen.

Biofilter:
De eventuele aanwezige biofilter wordt uitgezet als de temperatuur onder de 6 graden is gedaald. Al het filtermateriaal moet goed worden uitgespoeld. In het voorjaar moet u weer beginnen met nieuwe filterwatten en filterkool. Het substraat of keramisch materiaal kan eventueel hergebruikt worden. Ook de slangen van en naar de biofilter moeten goed worden schoongespoeld.

Pompen:
De pomp wordt ook goed schoongemaakt en daarna in een emmer met water op een vorstvrije plaats weggezet. Zo staat alles startklaar om zodra het voorjaar wordt, weer optimaal van de vijver te kunnen genieten.

Pompen en filters



Algemeen
Vijverpompen brengen het water in beweging. We kunnen ze gebruiken om watervalletjes te maken, om water naar een filter te verpompen of voor een klaterende fontein. Met deze tips krijgt u een idee van de verschillende mogelijkheden.

Pompen
Afhankelijk van de grootte van de vijver en van uw wensen, kiest u een grotere of kleinere pomp. Om de gewenste capaciteit te bepalen zijn twee dingen van belang: hoe hoog de pomp het water kan oppompen (de maximale waterkolom) en het aantal liters dat hij per minuut kan verpompen. Houd er rekening mee dat als u de fontein op de maximale hoogte wilt laten spuiten, de pomp niet ook nog het vijverwater in beweging kan houden. Daarom is het beter de straal te regelen op halve hoogte. Voor een fonteinstraal van zo’n 50 cm is een pomp met een capaciteit van 30 tot 40 liter per minuut geschikt. Vraag uw tuinadviseur gerust om u te helpen bij de keuze van uw vijverpomp. Hij kan u alles vertellen over de verschillende mogelijkheden, waaronder pompen met afstandsbediening en pompen in combinatie met diverse filtersystemen.

Filters
Een gezond vijvermilieu, met voldoende waterplanten, heeft een groot zelfreinigend vermogen. Waar dit tekort schiet, kunnen filtersystemen uitkomst bieden. Vijverfilters werken volgens verschillende principes.Bij conventionele filtertonnetjes wordt het vijverwater grof gefilterd. Daarnaast zijn er twee- of meerkamer filters waar het water door verschillende kamers geleid wordt. In het eerste compartiment wordt het grove vuil gefilterd, bij de tweede en eventueel volgende compartimenten worden ook de kleinste verontreinigingsdeeltjes uit het water gehaald. Deze filters zijn alleen nodig bij grote vijvers of vijvers met relatief veel vissen. Dan zijn er nog de zogenaamde UVC-lampen. Deze lamp brengt UVC-straling in het water. Zweefalgen en ziektekiemen sterven hierdoor af.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over vijverpompen en filters wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Vijveronderhoud



Algemeen
Een vijver vraagt niet veel werk. Wel zijn er regelmatig kleine opruimklusjes. De grote schoonmaakbeurt is tegen de winter, als de vissen en waterplanten hun rustperiode ingaan. Als u regelmatig controleert of het water helder is en vissen en planten een gezonde indruk maken, dan kunt u het waterleven gerust zijn eigen gang laten gaan. Deze tips helpen u bij het instandhouden van een gezond leefmilieu.

Natuurlijk evenwicht
Als de vijver groot en diep genoeg is, met een goede variatie aan waterplanten, dan ontstaat er vanzelf een biologisch evenwicht. Wees niet bezorgd als het water na het aanplanten de eerste maanden troebel blijft, dat gaat vanzelf over. Ook in de lente kan het water enige tijd groen worden, maar zodra het plantenleven zich goed begint te ontwikkelen, moet dit verbeteren.

Algen
Algen zijn de grote vijand voor de vijverbezitter. Deze microscopisch kleine planten rijgen zich tot lange groene strengen aaneen en maken het water troebel. Waterlelies zijn een goede voorzorg tegen algen. Ze brengen schaduw in het water, waardoor de zonminnende algen minder kans krijgen. Gebruik voor uw vijverplanten alleen de speciale vijver-aarde die u koopt bij uw tuincentrum. Compost, tuinaarde, turf en koemest zijn alleen maar extra voedingsbronnen voor algen. Geef om dezelfde reden uw vissen niet meer voer dan ze in één keer op kunnen. Zuurstofplanten helpen algen bestrijden. Ook mechanische en biologische filters zijn effectief bij het voorkomen van een algenplaag. Uw tuinadviseur kan u hierover uitgebreid informeren.

Waterlelies
Waterlelies stellen speciale eisen. Willen ze niet groeien of bloeien, controleer dan eerst of ze wel op de goede diepte staan: circa 80 cm voor de normale soorten en 30 cm voor dwerglelies. Ook teveel schaduw bekomt deze planten slecht en ze kunnen er niet tegen als ze constant zijn blootgesteld aan de druppels van een fontein. Ten slotte kan een gebrek aan voeding de oorzaak zijn. Bij uw tuincentrum vindt u speciale voedingspillen die u in de aarde in de mand drukt. Een tip: soms lost u het probleem van slecht groeiende waterlelies eenvoudig op door de plant te delen en opnieuw te planten.

Vissen
Vissen kunnen ziek worden of gewond raken. Als u de symptomen aan uw tuinadviseur beschrijft, kan hij in veel gevallen een remedie adviseren.

Winterklaar maken
- Verwijder het boomblad dat in de vijver is gevallen. - Haal te hard woekerende planten gedeeltelijk weg, te grote waterplanten kunt u uit hun pot halen en haal niet winterharde, drijvende planten uit het water en laat ze in plastic bakjes overwinteren in huis of in de kas.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over het onderhoud van uw vijver wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Vissen

Hoewel u er in het algemeen van uit kunt gaan, dat de bij Tuincentrum van den Hurk gekochte vissen gezond zijn, zal de conditie door transport en waterverandering, vaak te wensen over laten. Hierdoor zijn de vissen vatbaar voor schimmel- en stipaandoeningen. Daarom hier enkele tips voor het overzetten van nieuwe vijvervissen:
  • Breng nieuwe vissen altijd zo snel mogelijk naar huis.
  • Vermijdt tijdens het transport extreme temperatuursverschillen (een goede transporttemperatuur is 12 à 18º C.
  • Wen de vissen geleidelijk aan het nieuwe vijverwater. Gebruik daarvoor en schone plastic emmer en zet de vissen met het transportwater hier voorzichtig in over.
  • Voeg gedurende een uur steeds iets vijverwater aan de emmer toe.
  • Na nog eens een uur kunnen de vissen dan in de vijver los gelaten worden.
Observeer de nieuwe vissen de eerste weken dan ook zorgvuldig. Als U afwijkend gedrag, witte vlekken of stipjes constateert, behandel de vissen dan meteen met een bij Tuincentrum van den Hurk verkrijgbaar medicijn. In het algemeen zijn de vissen welke u koopt jonge exemplaren. Deze jonge vissen hebben regelmatig, en goed voedsel nodig. Voer de vissen, als de temperatuur van het vijverwater 10º C of meer is, zeker 1 maal per dag. Goed gevoerde vissen zijn levendig, tonen de mooiste kleuren en zijn veel minder vatbaar voor ziektes. Soorten vijvervis
  • Oppervlaktezwemmers als goud- en zilverwinden, rozetten of goudvoorns, (goud)elritsen en goud-bittervoorns zijn eigenlijk de meest ideale vijvervissen. Ze zwemmen meestal in schooltjes en jagen op insekten. Goud- en zilverwindes zijn goede muggenvangers.
  • Karperachtigen (incl. goudvissen) vertroebelen het water doordat ze in de bodem wroeten. Japanse Koi-karpers moeten gehouden worden in speciale vijvers met weinig beplanting en een goede filterinstallatie.
  • Zonnebaarzen en stekelbaarsjes ruimen heel veel larven en parasieten op. Ook houden ze een teveel aan visbroed in toom.
  • Goudzeelten voeden zich met op de bodem gevallen voedselresten.


Voeren
In veel vijvers is normaal al voldoende voedsel voor de vissen te vinden. Voer dus met mate. Voer nooit meer dan de vissen in een paar minuten kunnen opeten. Bij lage temperaturen niet voeren. Als u regelmatig op dezelfde tijd voert, krijgt u de vissen tam. Wij adviseren u te voeren met Velda korrel- en vlokvoer.

Vissen voor een kleine vijver



Goudvis:
De wilde vorm van de goudvis komt uit het Verre Oosten en leeft daar in kleine, dicht begroeide wateren, wat hem dus ook zeer geschikt maakt voor onze mooi beplante tuinvijvers. Ze zijn er in alle kleuren, hoewel de rood/oranje vorm de meest bekende is. Hij past zich goed aan zijn omgeving aan en kan in de vrije natuur zo’n 20-35cm groot worden.

Shubunkin:
De shubunkin is een zeer mooi gekleurde vis met vaak een zeer sierlijke staart. De kleuren variëren van blauw tot rood en goudbruin. Het is een rustige vis die verder veel overeenkomsten heeft met de gewone goudvis.

Zonnebaars:
De zonnebaars komt van oorsprong uit Noord-Amerika. Hij leeft in de vrije natuur in de warme, ontdiepe uitlopers langs oevers van rivieren en meren. Ook in grote moerassen komen ze veel voor. Ze verblijven graag in door de zon verwarmd water. Ze blijven dan vaak vlak onder het wateroppervlak hangen om zo vliegjes e.d. te verschalken. Onder goede omstandigheden maken ze als nest een kuiltje in de bodem, op een warme, zandige, ondiepe plaats. Het mannetje verdedigt en verzorgt het broedsel.

Goudzeelt:
De goudzeelt is niet geschikt voor de allerkleinste vijvers en kuipen omdat hij wat groter kan worden. Hij zit graag tussen de planten en maakt daar een heel gangenstelsel tussendoor. Het is een rustige vis en een echt gewoontedier: als we hem op vaste tijden en op dezelfde plaats gaan voeren (met zinkend voer) dan zal hij dit snel leren en ons op een gegeven moment zelfs gaan opwachten.

Grondel:
De grondel is een echte bodembewoner. Hij eet alles wat leeft en wat klein genoeg is om in z’n bek te passen. Ze eten ook vlokkenvoer maar zullen niet erg snel tam worden. Ook geschikt, maar hier niet nader beschreven zijn o.a.: goud-elrits, bittervoorn, stekelbaars en rozette. Vissen die absoluut ongeschikt zijn voor een kleine vijver zijn o.a.: koi, goudkarper, steuren, windes en ruisvoorns.

Waterplanten



Algemeen
Een vijver zonder planten is als een gazon zonder gras. Waterplanten zorgen voor een gezond leefmilieu voor de vissen en geven een extra dimensie aan uw tuin. Sommige waterplanten zijn bijna onmisbaar in een vijver, andere zijn alleen voor een speciaal watermilieu geschikt. Met deze tips en met wat hulp van de specialisten in uw tuincentrum, maakt u een weloverwogen keus.

Planten
De beste tijd om uw waterplanten te planten is mei-juni. Dan is het aanbod ook het grootst. Is de vijver nieuw of opnieuw gevuld, laat het water dan eerst een paar dagen opwarmen. Waterplanten zijn onder te verdelen in verschillende groepen die ieder hun eigen richtlijnen voor het planten hebben.

Drijfplanten
Drijvende waterplanten als waternoot, krabbescheer en waterhyacinten, zijn onmisbaar voor een gezond watermilieu. Sommige soorten zijn winterhard, andere moet u elk voorjaar vervangen.

Onderwaterplanten
Waterlelies zijn de bekendste vertegenwoordiger van deze groep. Houd de juiste plantdiepte aan, sommige waterlelies moeten diep staan (80 tot 100 cm), andere vragen om een diepte van 20 of 30 cm. Plant waterlelies in vijvermandjes, gevuld met speciale vijver-aarde en afgedekt met een laagje grind. Waterlelies hebben wel veel zon nodig.

Moerasplanten en oeverplanten
Voor de meest ondiepe vijvergedeelten en voor de oeverbegroeiing is de keuze enorm. Deze planten oefenen geen invloed uit op het watermilieu, dus u kunt zich puur door hun uiterlijk laten leiden. Op het plantenetiket kunt u lezen of ze in het water willen staan of liever in de vochtige grond langs de rand. Plant sterk woekerende soorten in mandjes om de wortels in toom te houden. Moeras- en oeverplanten vormen een geliefde schuilplaats voor kikkers en salamanders.

Zuurstofplanten
Deze bescheiden plantjes spelen een belangrijke rol bij de regulering van het leefmilieu in de vijver. Ze zuiveren het water en zorgen voor voldoende zuurstof. Waterpest, blaasjeskruid en andere zuurstofplanten koopt u in bosjes. In de diepere gedeelten van de vijver, laat u zo’n 4 à 5 bosjes per vierkante meter in het water zakken.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over waterplanten en vijvers wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Hanging baskets



Algemeen
Hangmanden met bloeiende perkplanten zijn typisch Engels. Daarom kennen we ze ook bij ons onder de naam 'hanging basket'. Bij uw tuincentrum zijn ze in verschillende maten te koop. Aan u de plezierige taak om ze naar eigen smaak te vullen en een mooie plek te geven aan een muur, schutting of pergola. Deze tips helpen u op weg.

Voorbereiding
De manden zijn in verschillende maten te koop met bijpassende kokos inlegvellen om op de bodem te leggen. Nog mooier is het om eerst een laagje veenmos of spagnum in de mand te leggen en daarop het inlegvel. Door gaten te knippen in het inlegvel kunt u meer planten kwijt. Vul de mand met potgrond speciaal of hangingbasket-potgrond. Deze laatste droogt minder snel uit. Nu kunnen de planten erin. Dek ze af met wat spagnum of veenmos, dit helpt uitdroging tegen te gaan. Tip: laat de bovenkant vanuit het midden wat aflopen, zodat het water goed weg kan vloeien.

Plantenkeuze
Alle bloeiende planten, maar ook mooie bladplanten kunt u in een hanging basket verwerken. Laat uw basket met de seizoenen meegroeien door uitgebloeide planten te vervangen door nieuwe seizoenbloeiers. Zo kunt u in het voorjaar viooltjes, primula's, klimop of kleine bolgewassen als krokussen, blauwe druifjes en narcissen planten. In de winter wordt uw basket een prachtig kerststuk, met dennengroen en winterharde planten zoals gaultheria's en skimmia's.

Plaats
Een hanging basket doet het zowel op een zonnige als schaduwrijke plaats: u kunt immers uw plantkeuze hierop afstemmen. Zorg wel dat hij zoveel mogelijk uit de wind hangt en gebruik een stevige bevestiging.

Onderhoud
Het succes van uw hanging basket staat of valt met de verzorging. Omdat de wind door de openingen vrij spel heeft, droogt de grond snel uit. Elke dag water geven is zeker in de zomer een must. Is de basket volledig uitgedroogd, dan kunt u hem het best in een teil water dompelen tot de luchtbellen verdwenen zijn. Geef wekelijks plantenvoeding. Dat kan door middel van een osmocote-tablet of vloeibare voeding.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over hanging baskets wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Pompoenen en Kalebassen



Algemeen Algemeen
Pompoenen en kalebassen behoren tot de komkommerachtige, een familie waar ook de courgette deel van uitmaakt. Het zijn dankbare planten om zelf te zaaien en op te kweken. Ze groeien snel en vormen kleurige vruchten die het prachtig doen in herfstdecoraties. Pompoenen en kalebassen zijn er in talloze vormen en maten, van regelrechte reuzen tot subtiele kunstwerkjes. Met deze tips kunt u direct aan de slag.

Zaaien en uitplanten
De zaadjes van pompoenen en kalebassen kunnen vanaf half maart worden voorgezaaid in een flinke pot. Dek hem af met plastic tot de zaadjes beginnen te kiemen. De plantjes mogen vanaf half mei naar buiten. Plant ze met een tussenruimte van 1 meter. Vanaf begin mei kunt u ook direct buiten zaaien. Maak de grond goed los en leg de zaadjes 2 cm diep. Wanneer de plantjes stevig genoeg zijn, kunnen ze worden uitgeplant. Kies hiervoor een plek in de zon of halfschaduw.

Onderhoud
Vooral de eerste weken na het uitplanten houdt u de grond goed vochtig. Wilt u echt grote vruchten kweken, dan moet u de zij-ranken steeds verwijderen. Alle groeikracht gaat dan naar de overgebleven vruchten. Wilt u daarentegen zoveel mogelijk pompoenen of kalebassen, laat de planten dan gewoon lekker groeien en hun ranken over de grond en in bomen en struiken slingeren .

Oogsten
In september kunt u uw pompoenen en kalebassen oogsten. Snij ze van de plant af en laat een klein stukje steel zitten. De vruchten zijn lang houdbaar. Keer ze wel regelmatig om te voorkomen dat ze gaan rotten. Haal de pompoenen bij de eerste vorstperiode naar binnen of leg ze op een bedje met stro. We hebben het steeds over pompoenen en kalebassen samen, maar er is één belangrijk verschil: kalebassen zijn alleen maar siervruchten, pompoenen kun je ook eten.

Pompoen-preitaart
Bodem: Meng de volgende ingrediënten in een kom: - 200 gr. tarwemeel - 100 gr. boter - snufje zout, 3 eetl. water Kneed het deeg en druk het in een vorm van ø 24 cm. Vulling:
  • 400 gr. pompoen (even smoren zodat het meeste vocht weg is)
  • 2 preien, fijn gesneden
  • 1 teentje knoflook
  • 2 eieren
  • 1 dl. koffiemelk
  • 120 gr. kaas
  • halve theel. rozemarijn
  • peper en zout
Eet smakelijk!

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over pompoenen en kalebassen wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Vogels voeren



Algemeen
Vogels horen bij de tuin, in elk seizoen. Met hun uitbundig gezang kondigen ze de lente aan. In de zomer en het najaar wippen ze aan voor besjes, zaden en insecten. En in de winter doen ze een beroep op onze hulp. Met deze tips helpt u ze veilig door de soms moeilijke winterperiode.

Voederhuisjes en drinkbakken
Bij uw tuincentrum vindt u een grote keus aan vogelvoederhuisjes en drinkbakken. Dat er zo veel verschillende uitvoeringen zijn, heeft niet zozeer met de vogels te maken als wel met uw persoonlijke tuinideeën. Want een mooi vogelhuisje of een fraaie stenen of gietijzeren drinkbak is een belangrijk tuinelement. Zeker in de winter, als er in de tuin minder te beleven valt. Een vogelhuisje, met zijn gezellige af en aan gevlieg, geeft een kijkrichting. Zet het daarom bij voorkeur zó dat u er van binnen goed zicht op hebt, bijvoorbeeld tegen een achtergrond van mooie, groenblijvende heesters. Let er bij het kopen op dat de voederplank hoog genoeg van de grond is. Dat geeft de vogels meer tijd om te reageren als er een kat omhoog wil klimmen.

Water
Als sloten en vijvers bevroren zijn, hebben vogels veel moeite om aan drinkwater te komen. Dan is een drinkbak zelfs nog belangrijker dan eten geven. Meng niets door het water om bevriezen te voorkomen. Regelmatig controleren op ijsvorming en zo nodig elke dag verversen is het beste.

Bemesting



Algemeen
Goede grond bevat alle voedingsstoffen die planten nodig hebben. Maar niet alle grond is ideale tuinaarde en zelfs de rijkste bodem kan op den duur uitgeput raken. Dan is een extra voedingsgift noodzakelijk. Met deze tips geeft u uw planten en gewassen een uitgebalanceerd groeidieet.

Meststoffen
Mest is er in twee soorten: organische en anorganische. Organische mest is afkomstig van dieren en planten. Bijvoorbeeld koemest, beendermeel of compost. Deze mest werkt langzaam, wat het voordeel inhoudt dat de planten niet kunnen verbranden. Ook draagt organische mest bij aan het verbeteren van de bodemstructuur. Anorganische mest is kunstmest. Kunstmest producten zijn vaak speciaal samengesteld voor een gebruiksdoel. Daardoor werken ze snel en effectief.

Voedingsstoffen
Zowel organische mest als kunstmest bevat meerd ere werkzame stoffen. De belangrijkste voedingsstoffen zijn stikstof (N), kalium (K) en fosfor (P). Stikstof is nodig voor de bladgroei. Een tekort is vaak af te lezen aan een langzame groei en bleke bladeren. Kalium bevordert de bloei en het vormen van vruchten. Een symptoom van kaliumtekort zijn geel of bruin verkleurde bladranden. Fosfor ten slotte is nodig voor sterke wortels. Slechte groei en rood of paars verkleurde bladeren kunnen wijzen op een fosforgebrek. Zowel de hoeveelheid als de onderlinge verhouding van de belangrijkste voedingsstoffen is van belang.

Speciale producten
Bij uw tuincentrum vindt u meststoffen die speciaal zijn afgestemd op de behoeften van de verschillende planten. Zo is er de bekende vloeibare kamerplantenvoeding, speciale gazonmest, rhododendron mest, rozenmest en geraniummest. Uw tuinadviseur informeert u wanneer u welke meststoffen het beste kunt gebruiken.

Wanneer en hoeveel?
Voor het gebruik van meststoffen zijn moeilijk standaardregels te geven. Het hangt immers sterk af van de planten, de grondsoort en hoe intensief u uw tuin gebruikt. In het algemeen kunt u uitgaan van de volgende richtlijnen:
  • In het vroege voorjaar, wanneer de echte vorst voorbij is, kunt u de borders en de moestuin een goede bemesting geven met een organische mest.
  • Uw gazon heeft in het groeiseizoen extra bemesting nodig. Ditzelfde geldt voor de rozenperken.
  • Verse potgrond bevat voeding voor ongeveer 5 weken. Na deze periode moet u uw potplanten elke 2 à 3 weken bijvoeding geven. Ze zullen u belonen met een langere en uitbundigere bloei. Ideaal zijn de voedingstabletten die langzaam oplossen en een langdurige werking hebben.


Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over bemesting wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Biologisch tuinieren



Algemeen
Biologisch tuinieren is erop gericht om het natuurlijke evenwicht in stand te houden met uitsluitend natuurlijke middelen. Met een beetje extra aandacht van uw kant en met behulp van deze tips, laat u de ingebouwde weerstand van de natuur zijn werk doen .

Natuurlijke meststoffen
Bij uw tuincentrum vindt u verschillende biologisch-organische meststoffen. Zo zijn er meststoffen voor algemeen gebruik, maar ook speciaal voor het gazon. Deze meststoffen zijn samengesteld uit hoogwaardige dierlijke en plantaardige materialen. Ze stimuleren het bodemleven, waardoor de planten continu kunnen beschikken over de noodzakelijke voedingsstoffen. Uw tuinadviseur zal u graag vertellen hoe en in welke doseringen u deze meststoffen het beste toe kunt passen .

Kalk
De micro-organismen en bacteriën die onmisbaar zijn voor een gezond bodemleven, sterven af wanneer de grond verzuurt. Dat gebeurt als de planten de voeding opgebruikt hebben. Ook de zure regen is van invloed op dit proces.Kalk is van oudsher hét middel om verzuring tegen te gaan. Gebruik minstens een keer per jaar een kalkmeststof die is verrijkt met actieve micro-organismen. Kalk kunt u zowel in de herfst als in het vroege voorjaar verwerken.

Compost
Een uitstekende biologisch-organische meststof en bodemverbeteraar maakt u zelf uit keuken- en tuinafval. Om snel goede compost te krijgen, kunt u uw composthoop het beste opzetten op een zonnige plaats. Gebruik altijd verschillende soorten afval door elkaar en vermijd met name grote hoeveelheden gras. Met behulp van speciale compostversnellers heeft u in acht weken uw eigengemaakte compost. Zie voor meer informatie over compost maken onze aparte composttip.

Biologische bestrijdingsmiddelen
Bij uw tuincentrum vindt u een aantal biologische middelen tegen plantenziekten en ongedierte en natuurlijk krijgt u uitgebreide informatie over dit onderwerp. Hier alvast een tip: biologische middelen werken het beste als u ze preventief gebruikt. Wacht dus bijvoorbeeld niet totdat uw rozen meeldauw of luis hebben, maar behandel ze vooraf. Kies hiervoor een warme dag, want warmte bevordert de werking van biologische bestrijdingsmiddelen.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over biologisch tuinieren wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Compost maken



Algemeen
Compost is een waardevolle meststof en een fantastische grondverbeteraar. U kunt compost kant-en-klaar kopen, maar ook zelf maken van uw groenten- en tuinafval. Het composteren gaat vanzelf, al kunt u wel een handje helpen. Met deze tips heeft u snel resultaat van uw composthoop.

Opzetten
Compostering is een natuurlijk proces, dat afhankelijk van het materiaal en de omstandigheden, korter of langer duurt. Door het gebruik van speciale compostbakken die u bij uw tuincentrum kunt kopen, blijft het overzichtelijk in de tuin en wordt het proces van compostering versneld. Maar ook een losse composthoop werkt snel, als u de volgende regels in acht neemt. Kies een plaats waar redelijk wat zon komt, want warmte versnelt het proces. Begin met een laag luchtig afval en maak grote stukken klein. Werk er wat tuingrond door en strooi er, als de laag zo’n 20 cm dik is, wat compostmaker over. Dan weer een laag van 20 cm, compostmaker erover enz. tot de composthoop een meter hoog is. Nu kunt u hem afdekken met gras of gatenfolie en de natuur zijn werk laten doen.

Wat kan er op de composthoop?
Bijna al het tuin- en keukenafval zijn geschikt om te composteren. Hoe kleiner u het afval maakt, des te sneller zal het proces verlopen. Takken dienen eerst versnipperd te worden. Hiervoor zijn hakselaars te koop. Coniferenafval verteert heel langzaam, dus dat kunt u beter niet op de hoop gooien. Vermijd ook sinaasappelschillen en grote hoeveelheden gras. Een algemene richtlijn: gooi nooit teveel van één materiaal op de composthoop, maar gebruik verschillende soorten afval door elkaar.

Compostversneller en kalk
Bij uw tuincentrum vindt u verschillende compostversnellers. Dit zijn middelen die actieve micro-organismen bevatten die het composteringsproces aanzienlijk vlugger laten verlopen. Ook een laagje kalk tussen de verschillende lagen afval heeft een gunstige invloed op de compostering. Op deze manier geholpen, zal uw composthoop na zo’n week of acht mooie, zwarte grond leveren.

Omzetten
Als u de composthoop een paar keer omzet - de bovenste lagen naar onderen werkt - versnelt u het composteringsproces. Is de hoop te droog, dan kunt u wat water toevoegen.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over compost maken wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Gazononderhoud



Algemeen
Een mooi gazon is het hele jaar door een groene blikvanger. Maar het is ook een plek om te ravotten, te luieren, te zonnen... Gelukkig is gazongras een sterke plant, die uitstekend bestand is tegen mens en klimaat. Dat wil zeggen: met een klein beetje hulp van onze kant. Als u deze tips opvolgt, blijft uw grasmat groen en gezond.

Maaien
Maai regelmatig, maar niet te kort, want dat verzwakt het gras en geeft onkruid meer kans. Het beste is de middelste of hoogste stand. In het groeiseizoen - van april tot september - maait u 1 à 2 keer per week. Het maaisel gaat direct op de composthoop. Botte of slecht afgestelde messen beschadigen het gras en veroorzaken een onregelmatig maaipatroon. Laat uw machine daarom elk jaar nakijken. Maai bij voorkeur niet als er een harde, droge wind staat. De toppen van het gras kunnen dan uitdrogen en uw gazon een dor aanzien geven.

Verticuteren
Als u uw gazon in februari of maart verticuteert, heeft u daar de hele zomer plezier van. Met een speciale verticuteerhark prikt u een groot aantal gaten in de grond. Dit zorgt voor extra luchttoevoer, waardoor mos minder kans krijgt. Het losgetrokken dode materiaal harkt u bij elkaar en gooit het op de composthoop. Om sterk en gezond te blijven, heeft uw gazon voldoende voedingsstoffen nodig. Door regelmatig te sproeien voorziet u in de belangrijkste: water. Daarnaast is het noodzakelijk het gazon regelmatig te bemesten. Diverse merken brengen combinatiepakken op de markt die het onkruid verdelgen en de grasmat extra voeding geven.

Onkruid
Hoe gezonder de grasmat, hoe minder aantrekkelijk voor onkruid. Toch zullen paardebloemen, madeliefjes, klavers en andere ongenode gasten zich thuis blijven voelen in uw gazon. In de zomermaanden kunt u ze goed bestrijden. Gebruik onkruidbestrijdings- middelen niet vlak voor een bui of bij erg winderig weer en wacht 3 à 4 dagen voor u weer gaat maaien.

Mos
Mos groeit hard bij koel, vochtig weer in de lente en de herfst. Dat is dan ook de beste tijd om het aan te pakken. Een combinatie van mosbestrijder en snelwerkende gazonmest is meestal zeer effectief. Andere tips tegen mos: niet te kort maaien, voldoende bemesten en zorgen voor een goede drainage. Blijft mos ondanks alle goede zorgen een hardnekkig probleem, dan is wellicht de grond te zuur. Vraag om een grondanalyse en een aangepast bemestingsadvies.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over gazononderhoud wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Gewasbescherming



Algemeen
Sterke, gezonde planten hebben minder last van ziekten en kunnen de schade door ongedierte beter verdragen. Goede voeding, genoeg licht en voldoende water zijn dan ook de beste preventie. Maar ook in best verzorgde tuinen zijn ziekten en ongedierte nooit helemaal uit te bannen. Deze tips geven u een stukje theorie over gewasbescherming. Uw tuinadviseur helpt u graag met praktische oplossingen. Beter te vroeg...Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt in sterke mate voor plantenziekten als schimmels. Ondanks de natuurlijke weerstand van gezonde planten, zijn bepaalde aandoeningen bijna niet te vermijden. Meeldauw is zo’n ziekte die in voorjaar en zomer bijna alle klim- en struikrozen aantast. Door preventief te spuiten - dus voordat u de eerste tekenen van de ziekte opmerkt - kunt u echter in veel gevallen ernstige schade voorkomen. Het grote voordeel is dat u zich hierbij kunt beperken tot milieuvriendelijke beschermingsmiddelen. Bij uw tuincentrum vindt u biologische gewasbeschermers tegen de meest voorkomende ziekten en insecten. Als het resultaat niet afdoende is, kunt u in een later stadium altijd nog naar sterkere chemische bestrijdingsmiddelen grijpen.

Gebruik
Biologische bestrijdingsmethoden werken het best bij warm weer. Houdt u nauwkeurig aan de aangegeven dosis, want ook bij milieuvriendelijke gewasbescherming is té veel niet goed. Gebruikt u chemicaliën om hardnekkige schimmels, luizen of andere insecten te lijf te gaan, volg dan strikt de veiligheidsvoorschriften. Spuit niet op winderige dagen en laat niets overwaaien naar andere gewassen of in de vijver terechtkomen. Maak niet meer aan dan u nodig heeft, want het is moeilijk om veilig van een restje af te komen.

Spuit selectief
Er zijn gewasbeschermers met een brede, algemene werking en middelen die speciaal zijn ontwikkeld voor bepaalde aantastingen. Uw tuinadviseur helpt u graag bij de keuze. Wees vooral voorzichtig met het gebruik van insecticiden en spuit niet te vlug of te veel. Niet alle insecten in de tuin zijn schadelijk. Het zou zonde zijn als u de natuurlijke vijanden van het ongedierte dat u wilt bestrijden tegelijkertijd mee zou vernietigen.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over gewasbescherming wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Grond en grondbewerking



Algemeen
De verschillende planten stellen verschillende eisen aan de grond, maar allemaal hebben ze voedingsstoffen nodig. Omdat u de grond van uw tuin niet voor het kiezen heeft, kunt u de planten kiezen die zich er het best thuis voelen. Of de grond verbeteren. Met deze tips haalt u het beste uit de bodem.

Grondsoorten
Vanuit het standpunt van de tuinbezitter zijn er verschillende grondsoorten. Ze zijn in te delen naar het percentage zand en klei en naar de pH-waarde (zuur of kalkrijk).

Zand
Goed waterdoorlatend en gemakkelijk te bewerken. Omdat zandgrond gemakkelijk uitdroogt, kunt u de structuur verbeteren met compost en organische meststoffen.

Klei
De fijne gronddeeltjes kleven aan elkaar. Kleigrond is rijk aan voeding, maar lastig te bewerken. Zand, compost en tuinturf verbeteren de structuur.

Zavel
Een mengsel van klei en zand. Prima tuingrond, die nog beter wordt met compost.

Veen
Vochtige, zure grond die goed gedraineerd zal moeten worden. Veen vraagt om veel mest en heeft kalk nodig om de zuurgraad omlaag te brengen.

Löss
Perfecte tuingrond, die jammer genoeg alleen in Zuid-Limburg voorkomt.

Grondanalyse
Een kenner ziet aan zijn planten aan welke voedingsstoffen ze gebrek hebben. Maar natuurlijk is het beter gebreken op te heffen voor u tot planten overgaat. Als u uw tuinadviseur een paar grondmonsters geeft uit verschillende delen van uw tuin, maakt hij een grondanalyse voor u en kan hij u precies vertellen welke voedingsstoffen moeten worden aangevuld.

Grondverbetering
Spitten is een goede manier om de grond los te maken. Tijdens het spitten kunt u meteen compost en gedroogde stalmest door de toplaag heenwerken. Bij uw tuincentrum vindt u ook een reeks biologische meststoffen die bestemd zijn om bepaalde tekorten aan te vullen. Nog gespecialiseerder zijn de kunstmeststoffen. Ze hebben vaak een specifieke samenstelling voor een bepaalde plantenfamilie. Zo zijn er speciale meststoffen voor rozen, voor coniferen en voor uw gazon.

Groenbemesting
Een makkelijke en goedkope manier van bemesting, die vooral in de moestuin wordt toegepast. Na de oogst spit u de achtergebleven plantenresten gewoon onder. Als ze verteren, verrijken ze de grond met voedingsstoffen voor hun opvolgers.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer wilt weten over uw tuingrond en de manieren om deze te verbeteren. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Rozen snoeien



Algemeen
Door rozen te snoeien zorgen we ervoor dat de plant een open vorm behoudt. Dat is belangrijk voor de gezondheid en een rijke bloei, want rozen houden van licht en lucht. Met deze tips hoeft u zich nooit meer af te vragen of u het wel goed doet. Wanneer snoeien? De grote snoeibeurt vindt plaats in de eerste weken van maart, als de groeiknoppen beginnen te zwellen. Vroeger snoeien kan leiden tot beschadigingen bij vorst, later snoeien verspilt de energie die de plant voor zijn groei nodig heeft. Snoei nooit als het vriest.

Techniek
Goed gereedschap is het halve werk. Zorg altijd voor een scherpe, schone snoeischaar, want een rafelige snede kan de scheut doen afsterven. Begin met het wegsnoeien van alle dode en zieke takken. Daarna kunt u overgaan tot de vormsnoei. Zoek de ogen op - de verdikkingen waar de roos nieuwe scheuten maakt - en knip de steel schuin af, zo’n halve centimeter boven een oog dat naar buiten wijst. Hierdoor zal de plant in de breedte uitgroeien, waardoor zon en lucht meer toegang krijgen. Een algemene richtlijn: snoei elke scheut op 2 à 4 ogen of zo’n 15 cm hoogte.

Stamrozen en klimrozen
Rozen snoeit u net als trosrozen en grootbloemige rozen: op 2 à 4 ogen vanaf de plek waar de takken uit de stam komen. Bij klimrozen gaat het om de ontwikkeling in de hoogte. Laat daarom de doorgaande takken hun gang gaan en knip de zijtakken terug tot zo’n 2 cm van de hoofdtak.

Zomer- en herfstsnoei
In de zomer beperkt u zich tot het weghalen van de uitgebloeide bloemen. Als zich wilde scheuten vormen, dan kunt u die het beste meteen bij de stam snoeien. Staan uw rozen in een winderige omgeving, dan kunt u de langste scheuten in november zo’n 15 tot 25 cm inkorten. Dit vermindert het risico op het loswaaien van de wortels.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer wilt weten over het snoeien van rozen. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Snoeien



Algemeen
Snoeien blijft voor veel tuinbezitters een bron van twijfels. Haal ik wel genoeg weg, of juist teveel? Moet ik in de lente of in de herfst snoeien. Zal de plant volgend jaar wel bloemen krijgen? Voor verschillende planten, bomen en heesters gelden inderdaad uiteenlopende snoeivoorschriften. Vraag dus bij twijfel gerust om raad bij uw tuinadviseur. Met deze tips geven we u alvast een aantal algemene snoeiprincipes. - Gebruik altijd scherp gereedschap, want door rafelige snoeiranden kunnen de scheuten afsterven. Voor dunne takken is een goede snoeischaar geschikt (er zijn speciale scharen voor linkshandige), voor dikkere takken vindt u bij uw tuincentrum ondermeer snoeizagen en takkenscharen.
  • Bestrijk grote snoeiplekken met een wond afdekmiddel om infecties te vermijden.
  • Snoei altijd op een oog (een vakterm voor een groeiknop) dat naar buiten wijst. Zo stimuleert u een brede, open groei.
  • Snoei 0,5 cm boven het oog. Als u te hoog snoeit kan het uiteinde afsterven, waardoor ziektekiemen meer kans krijgen.
  • Snoei zo dicht mogelijk op de stam, laat geen stompen uitsteken.
  • Zware takken kunt u afzagen. Zaag ze eerst van onderen een stukje in, zodat ze niet kunnen afscheuren en de stam beschadigen.


Vormsnoei
Om de gewenste vorm te krijgen, zult u veel planten en bomen een beetje moeten helpen door storende elementen weg te halen. Vormsnoei is gericht op een symmetrische ontwikkeling, waarbij de natuurlijke groeiwijze wordt benadrukt.

Snoeien om te groeien
Veel struiken groeien voller als u ze in het voorjaar fors terugsnoeit.

Verjongingssnoei
Bij flink uitgegroeide struiken kunt u het oude hout zo diep mogelijk wegknippen. De frisse, jonge takken krijgen dan meer ruimte voor een gezonde groei.

Snoeien om te bloeien
Rozen, maar ook heide en een aantal andere planten, bloeien rijker als ze in het voorjaar worden teruggesnoeid. De bloemen komen op de sterke, jonge scheuten, die zich dankzij de snoeibeurt goed kunnen ontwikkelen. Het snoeien van rozen wordt behandeld in een aparte Tuintip.

Het juiste moment
Voor de meeste bomen, struiken en planten is februari de beste tijd om te snoeien. Dan is de groeiperiode nog niet begonnen en is de strengste vorst hopelijk voorbij. Heesters die voor 21 juni - de langste dag - bloeien, snoeit u na de bloei, in de zomer. Als u ze in het voorjaar snoeit, knipt u namelijk ook de bloemknoppen weg die zich al in het voorgaande najaar hebben gevormd. Druiven zijn hierop een uitzondering; daar komt de sapstroom al in januari op gang. Snoei de druif dus voor nieuwjaar, anders kan ze leegbloeden.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over snoeien wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Winterbescherming van uw planten



Algemeen
De meeste planten maken een groeiperiode en een rustperiode door. Het sein om in rust te gaan is het afnemen van de daglengte en daling van de temperatuur, waardoor het aantal uren licht daalt. Omdat de levensprocessen op een veel lager pitje komen te staan, kan de plant ook aanzienlijk lagere temperaturen verdragen. De meeste planten kunnen zichzelf dan ook uitstekend redden tijdens de wintermaanden. Ze hebben daar allemaal zo hun eigen techniek voor ontwikkeld. Maar wat extra bescherming is natuurlijk een verstandige voorzorgsmaatregel.

Vaste planten
Vaste planten trekken zich onder de grond terug. Het bovengrondse gedeelte sterft tegen de winter helemaal af en het leven concentreert zich in de wortels en de groeipunten. U kunt dit proces versnellen door vanaf augustus geen bemesting meer te geven. Wacht met snoeien tot het voorjaar en laat het afgevallen blad de hele winter liggen. Op die manier geeft u de overwinterende plant extra bescherming.

Kuipplanten
De veelal subtropische kuipplanten, zoals de oleander, bougainville, fuchsia, laurier en andere kunnen geen vorst verdragen. Zet ze vanaf half oktober op hun overwinteringsplaats, nadat u dode takken en dorre bladen hebt verwijderd. De beste overwinteringstemperatuur is tussen de 5 en 10 °C. De ruimte moet luchtig zijn en niet al te donker. Een vorstvrije garage of een koele slaapkamer voldoet meestal goed.

Winterharde potplanten
Dwergconiferen en buxus zijn winterhard, ook als u ze in potten houdt. Toch kunnen ze bij langdurige, strenge vorst in de problemen komen. Zet ze in dat geval dicht bij elkaar en pak de potten goed in met bijvoorbeeld noppenfolie. Tip: let er goed op dat de potten van uw winterharde planten vorstbestendig zijn. Als vochtige grond bevriest zet hij uit, waardoor minder sterke potten kunnen barsten.

Rozen
Rozen zijn bij strenge vorst kwetsbaar op hun entplek. Bedek daarom de voet van uw rozen- struiken met een heuveltje fijne boomschors of turf. Bij stamrozen zit de entplek boven aan de steel. U kunt hem beschermen door er een bosje stro of een lap jute omheen te binden.

Klimplanten
Controleer vóór de winter of uw klimplanten stevig zijn bevestigd. Bij zware sneeuwval kan hun gewicht namelijk vele malen groter worden.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over de winterbescherming van uw planten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Zaaien



Algemeen
Zelf uw planten en groenten zaaien is dankbaar werk. En het is natuurlijk stukken voordeliger dan jonge plantjes kopen. Bij uw tuincentrum vindt u een uitgebreid assortiment zaden voor sier- en moestuin. Met deze tips geeft u uw zelfgezaaide planten een goede start.

Zaaigrond
Goede zaaigrond is luchtig en houdt vocht vast. Een mengsel van turf en zand voldoet aan deze voorwaarden, maar bij uw tuincentrum vindt u ook speciale zaai- en stekgrond. Dat is een uitgekiend mengsel, dat zelfs bij een constante hoge vochtigheid niet gaat schimmelen. Voor het ontkiemen van de zaadjes zijn geen voedingsstoffen nodig, maar als de jonge plantjes een tijdje in dezelfde grond blijven, hebben ze natuurlijk wél bijvoeding nodig.

Kweekbakjes
Al in januari kunt u de eerste planten ‘voortrekken’ in een kweekbakje. Vul een bak met zaaigrond en druk deze goed aan met een plankje of een stukje hardboard. Zorg ervoor dat de oppervlakte egaal is. Verdeel nu de zaadjes gelijkmatig over de bak. Als ze erg klein zijn, kunt u ze eerst met wat zand vermengen. Breng ten slotte met een zeef een fijn laagje aarde over de zaadjes aan, doe het deksel erop en zet het bakje op een lichte plaats. Houd de aarde goed vochtig - het liefst met een plantenspuit - en na 10 tot 20 dagen komen de zaailingen boven de grond.

Verspenen
Zo gauw de zaailingen hanteerbaar zijn, kunnen ze worden overgeplant in een bak met nieuwe grond, waar ze meer ruimte krijgen om te groeien. Een handige tip: tik met de kweekbak een paar keer op tafel, dan komt de grond los van de zijkanten, waardoor de jonge plantjes er gemakkelijker uit te halen zijn.Voor het verspenen gebruikt u een ingekerfd stokje. Laat de wortels voorzichtig in een klein pootgaatje zakken en druk de aarde met de onderkant van het stokje goed aan.

Afharden
Vanaf begin mei laat u de plantjes geleidelijk wennen aan de buitentemperatuur. Houd wel rekening met het risico van nachtvorst. Na half mei is de kans hierop zo goed als verdwenen en kunnen de plantjes de volle grond in.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over zaaien, verspenen en uitplanten wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Zomeronderhoud



Algemeen
De zomer is voor de tuinbezitter vooral de tijd om te genieten. De grote snoeibeurt, het planten en de opruimingswerkzaamheden zijn voor het voor- en najaar. Toch blijft er bijna elke dag wel wat te doen. Deze tips zetten de belangrijkste onderhoudsklussen op een rijtje.

Planten
Met containerplanten kunt u ook midden in de zomer kale plekken opvullen. Geef direct na het planten rijkelijk water en blijf de vochtigheid van de grond goed in de gaten houden. De hele zomer door vindt u bij uw tuincentrum nog een flinke keus aan éénjarige zomerbloeier’s.

Bemesten
Een aantal gewassen heeft gedurende de zomermaanden behoefte aan bijvoeding.Bij uw tuincentrum vindt u hiervoor speciale meststoffen.

Gazon
Voor een gezonde, groene grasmat dient u tijdens de zomer twee keer een speciale, stikstofrijke gazonmest toe.

Rozen
Regelmatig bijmesten met een speciale rozenmest voorkomt geel blad en zorgt voor een rijke bloei.

Potten en bakken
Regelmatig een dosis vloeibare plantenvoeding door het gietwater mengen, bevordert de bloei.

Coniferen
Gedurende de zomermaanden twee keer bemesten met speciale coniferenmest om bruin worden tegen te gaan.

Heide
Een kalirijke meststof helpt de heideplanten om weerstand op te bouwen voor het winterseizoen. Ook rododendrons zijn hierbij gebaat.

Gewasbescherming
Ongedierte en schimmelziekten zijn de grote vijanden in de zomermaanden.Goede voeding en voldoende water verhogen de natuurlijke weerstand van uw planten.Vaak is spuiten echter onvermijdelijk. Preventief behandelen is beter dan wachten op de eerste symptomen. Lees ook onze tip over gewasbescherming of vraag uw tuinadviseur om raad.

Snoeien
Heesters die voor de langste dag (21 juni) bloeien, moeten na de bloei worden gesnoeid. Voor het overige kunt u tijdens de zomermaanden overal in uw tuin wat lichte vormsnoei toepassen.

Vijvers
Let erop dat uw vijverwater tijdens de warme maanden voldoende zuurstof bevat. Laat het oppervlak voor de helft bedekken door zuurstofplanten als waterpest, hoornblad of water- hyacint, dan krijgen algen minder kans. In het voorjaar is het normaal als de vijver een tijdje troebel wordt. In de zomer wijzen algen en troebel water op een verstoring van het biologisch evenwicht en kunt u beter uw tuinadviseur om raad vragen.

Meer weten?
Vraag onze tuinadviseurs gerust alles wat u nog meer over zomeronderhoud wilt weten. Ze helpen u graag met handige tips en goede raad.

Zondag 10 april van 11.00 tot 17.00 uur

Ter afsluiting van onze jubileumweek houden wij zondag 10 april een Lentemarkt met tal van activiteiten om blij van te worden. Ons al ruime assortiment is uitgebreid met speeltoestellen en diervoeders!

Een lentegevoel om blij van te worden. Wij hopen u net zo blij te maken met onze lentemarkt. Zelfs bij minder mooi weer!

Van maandag 4 t/m zondag 10 april tijdens ons 5-jarig jubileum bij aankoop van 5 planten 5x5% korting!!
Meer aanbiedingen in ons magazine De Lentetuin maakt blij. (huis-aan-huis verspreid)

www.delentetuin.nl